Skip to main content

Hoe haal je de rem van je toetsenbord als je een boek schrijft?

Zou je graag vol gas willen schrijven aan je manuscript? Geen last hebben van dat duiveltje op je schouder dat de hele tijd zit te zeuren dat het beter kan? Lees dan niet verder, want ik denk dat zelfkritiek onmisbaar is.

Een auto kan niet zonder motor, maar ook niet zonder rem. Zo is het ook met het schrijven van een boek. Je hebt ideeën, tijd en zin nodig om de motor draaiende te houden. Maar als je geen rem zou hebben, zou je al vlug uit de bocht vliegen of erger: ergens tegenaan botsen. Auteurs die ongeremd leeglopen, leveren meestal manuscripten af met gammele argumenten, twijfelachtige feiten en kromme zinnen. 

De literaire rem bestaat uit een mengsel van interne en externe kennis en ervaring. Intern is dat jouw eigen kritische stem – gevormd door alles wat je eerder hebt gelezen, geschreven en gedacht. Extern zijn het de stemmen van vakgenoten, redacteuren, lezers, en soms zelfs van die ene zure recensent die je ongewild toch iets waardevols meegaf. Samen vormen ze dat duiveltje op je schouder dat fluistert dat een redenering nog niet klopt of dat je stijl nog wat te bombastisch is. Dat duiveltje is niet bezig om je werk te saboteren maar om het scherper, geloofwaardiger en leesbaarder te maken. Zonder die rem zou je als een dolle door het manuscript razen – en pas aan het eind ontdekken dat je iets hebt geschreven dat je zelf niet eens zou willen lezen.

Net zoals rijden vereist schrijven continu een beetje gas geven en een beetje remmen. Soms moet je vaart maken: dóórschrijven, ideeën uitwerken en twijfels parkeren. Op andere momenten moet je juist vertragen: afstand nemen, herlezen, schrappen. Wie alleen maar op het gaspedaal duwt, produceert een tekst zonder nuance, zonder reflectie. Maar wie voortdurend op de rem trapt, komt nergens. De kunst is om te schakelen. Schrijf vrijuit als je begint, rem af zodra je redigeert. Geef gas bij het verzamelen van ideeën, rem af als je voelt dat je afdwaalt. De kunst is om aan te voelen wat je op een bepaald moment moet doen; in het ideale geval wordt het een intuïtief proces. Je haalt dan zelden de maximum snelheid, maar je komt waarschijnlijk eerder aan op je bestemming.

Juist onder non-fictieauteurs tref ik veel snelheidsduivels aan. Ik denk dat het komt doordat ze denken dat ze een klus te klaren hebben. Ze hebben een boodschap, en zodra ze hun stelling hebben onderbouwd, beginnen ze aan het dankwoord. De gemiddelde romanschrijver realiseert dat de aantrekkelijkheid van een boek niet zozeer draait om de afronden van een plot, maar om de aantrekkelijkheid van de stijl. En dat kost nu eenmaal moeite; zoals de Amerikaanse schrijver en diplomaat Nathaniel Hawthorne zei: ‘Easy reading is damn hard writing.’

Je weet pas of je een boek kunt schrijven als je een boek hebt geschreven

Ga je nou weer een jaar piekeren over het schrijven van je eigen non-fictieboek? Natuurlijk niet, op 1 januari begin je gewoon. 

Enkele jaren geleden las ik voor het eerst de bekende uitspraak van Pippi Langkous: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’. Plotseling las ik het citaat overal. Zoals je overal rode fietsen ziet als je net een rode fiets hebt gekocht. De werkelijkheid past zich aan aan jouw beleving. Het is een geweldige uitspraak die iedere twijfelaar moed geeft. Hij is extra overtuigend omdat hij niet van een blaaskaak komt maar van een negenjarig meisje dat zonder enige pretentie paarden optilt, een luchtballon bestuurt, over een koord loopt en boeven vangt. Ze had dit allemaal nog nooit gedaan, maar dat was voor haar geen reden om het niet te proberen. En het feit dat jij nog nooit een boek hebt geschreven, zou ook geen reden mogen zijn om het niet te proberen. 

Helaas is goede moed geen garantie dat het je ook lukt. Een paard van vijfhonderd kilo optillen valt niet mee zonder magische krachten. Zo lukt het ook alleen om een boek te schrijven als je over de juiste vaardigheden beschikt, een goed onderwerp hebt bedacht, alle benodigde informatie hebt verzameld en stug volhoudt. Dat lijkt veelgevraagd, en dat is het ook. Maar het mooie van een ambacht als schrijven is dat je er beter in wordt naarmate je het vaker doet. Hoe slecht je ook bent als je begint aan het voorwoord, je bent een betere schrijver als je klaar bent met het nawoord. Ik zie elke auteur groeien naarmate zijn manuscript vordert. Sterker nog: ik heb meer dan eens meegemaakt dat een auteur gaandeweg besloot te stoppen om vervolgens overnieuw te beginnen omdat hij besefte dat hij beter was geworden. 

En ja, je eerste boek wordt misschien geen commercieel succes, maar dat is niets om je druk over te maken. Waarschijnlijk is Pippi ook begonnen met het optillen van een schaap voordat ze zich waagde aan een paard. Het schrijven van een boek is als prestatie bovendien al waardevol genoeg omdat je er zo veel van opsteekt, daar kan geen cursus tegenop: terwijl je een boek schrijft over je favoriete onderwerp ben je je eigen docent en schrijf je je eigen studiemateriaal. Kosten: nul euro. Daarom is elk boek een succes, ook al is het een commercieel fiasco en ben jij de enige lezer. 

Over een paar weken begint er weer een nieuw jaar met 365 verse dagen. Als je van plan bent om een boek te schrijven, en dat ben je, dan moet je je dus door niets laten weerhouden. Als je op 1 januari begint en elk vrij uur besteedt aan je boek, zou je over precies een jaar weleens heel ver kunnen zijn. Misschien, heel misschien is je eerste boek dan af. Ga maar na: als je elke week een tekst schrijf met de omvang van dit blog, heb je aan het einde van het jaar een manuscript van 35.509 woorden, voldoende voor een boek.

Kort geleden heb ik ontdekt dat de uitspraak van Pippi Langkous helemaal nooit is geschreven door Astrid Lindgren en in geen enkel boek en in geen enkele film over Pippi Langkous voorkomt. Wat ze wél heeft gezegd, past eigenlijk veel beter bij haar karakter. Als ze een piano wil kopen raadt Tommy het af, ze kan toch niet pianospelen? Dan zegt ze in alle bescheidenheid: ‘Hoe kan ik dat nou weten als ik het nog nooit geprobeerd heb?’ Dus stop met piekeren en ga gewoon aan de slag. Het kan hooguit mislukken.