Skip to main content

Auteur: Geerhard Bolte

Van schrijver naar spreker in twee stappen

Heb je een non-fictieboek geschreven? Zo krijg je niet alleen lezers maar ook luisteraars. 

De meeste auteurs van non-fictieboeken die ik ken dromen erover om op een dag op een podium te staan. Ze hebben dan wel een boek geschreven, maar het ging hen in de eerste plaats om het delen van hun kennis, niet om het spelen met taal. De dominee in hen is sterker dan de schrijver. Maar van de droom om voor volle zalen hun passie te delen, komt helaas weinig terecht. Slechts nu en dan lukt het een auteur om een carrière als spreker op te bouwen. Aan de ene kant is dat begrijpelijk, want er zijn natuurlijk weinig gelegenheden waarvoor men sprekers nodig heeft. Aan de andere kant is het jammer omdat er bij die gelegenheden anderen wel zijn uitgenodigd, en jij niet. Wat kun je daaraan doen? 

Van onze succesvolle schrijver-sprekers zou je kunnen denken dat ze hun succes louter aan hun x-factor te danken hebben, aan een natuurlijk talent om een zaal te kunnen betoveren. Ik denk spontaan aan auteurs zoals Jan-Joost Kroon, Timo Hans, Marinda Hall, Sayma Kuipers, Hans van der Loo, Remy Gieling en Job van den Berg of Frank Schurink. Maar ik weet als uitgever uit de eerste hand dat ze er allemaal keihard voor hebben gewerkt. Dit is wat ze doen.

Alles moet op de schop

In de eerste plaats nemen de succesvolle sprekers hun presentatie heel serieus. Ze beseffen dat spreken in het openbaar wat anders is dan het oplezen van een samenvatting van hun boek. Een lezing is theater. Je hebt een andere tekst nodig en een gelikte presentatie. 

Voor die tekst dient je boek misschien als basis, maar eigenlijk moet je helemaal opnieuw beginnen. Spontaan een verhaal vertellen omdat je per slot van rekening een heel boek over het onderwerp hebt geschreven, is vragen om problemen. Ik heb meerdere keren meegemaakt dat auteurs uit de losse pols een verhaal vertelden, en dat liep niet goed af. De inhoud van je script, je schrijfstijl: alles moet op de schop. 

Voor de presentatie heb je vrijwel niets aan je boek. Jouw lichaamstaal, jouw interactie met het publiek: dat heeft allemaal niets te maken met schrijven. De succesvolste sprekers steken hier net als ervaren cabaretiers veel tijd in. Ze denken na over hun toon, lichaamstaal, intonatie, tempo en het gebruik van visuele hulpmiddelen. Ze kijken eindeloos naar de presentaties van anderen op YouTube, bezoeken presentaties van anderen en schakelen niet zelden experts in, zoals gespecialiseerde presentatietrainers of mensen met ervaring in het theater. 

Kun je presenteren dan leren? Ik ben geen expert, maar ik heb wel gezien dat sprekers heel veel beter werden dankzij hun onderzoek, goed advies en veel ervaring. 

Nodig jezelf uit

In de tweede plaats investeren de succesvolle sprekers die ik ken veel tijd in hun persoonlijke marketing. Ze weten welke doelgroep ze willen bereiken en ze zorgen ervoor dat ze bij die doelgroep in beeld komen. In hun profiel kun je lezen dat ze presentaties geven. Op YouTube staan een paar presentaties online. Van bezoekers lees je overal aanbevelingen. Op sociale media posten ze met grote regelmaat over hun beschikbaarheid als spreker. Hoe zijn ze zover gekomen?

De meeste sprekers beginnen niet op het podium van een landelijk congres voor een volle zaal. De meesten beginnen voor een publiek van collega’s en vrienden, dat geen stuiver heeft betaald, en dat dan ook geen stuiver oplevert. Ze organiseren een presentatie in een goedkoop zaaltje, een online webinar voor vijf klanten of een ontbijtpresentatie voor collega’s in de kantine. Dat klinkt amateuristisch, maar wat elke presentatie hen oplevert, is ervaring en een opname waar ze vervolgens actief reclame mee kunnen maken. Elke succesvolle spreker is een ambitieuze spreker die niet afwacht tot hij wordt uitgenodigd, hij nodigt zichzelf wel uit. 

Red je manuscript van de Vergeten Boeken Club

Ben je ooit begonnen aan een non-fictieboek maar heb je het nooit afgemaakt? Red je manuscript en begin opnieuw. 

Geef maar toe: ergens op je computer staat een manuscript. Je bent ver gekomen, maar nooit ver genoeg om de laatste punt te zetten en het naar een uitgeverij te sturen. Of je hebt die laatste punt wel gezet en het zelfs naar een uitgeverij gestuurd, maar het is afgewezen. Hoe je schrijfavontuur ook is geëindigd, uiteindelijk heb je het opgegeven. Je manuscript hoort nu bij de Vergeten Boeken Club, een onbekend maar talrijk gezelschap waar manuscripten van alle leeftijden en gezindten hun tijd doden met Scrabble, galgje en andere woordspelletjes. Ze vermaken zich wel, maar geen enkel manuscript is trots op zijn lidmaatschap. Elk manuscript wil namelijk het liefst een boek worden en in de armen van een nieuwsgierige lezer belanden. En daarvoor heeft hij jou nodig, zijn schepper. Het is jouw taak om je manuscript te redden. Doe het, en je zult zien dat jullie er allebei beter van worden. 

Als je de tekst opnieuw leest, misschien jaren nadat je deze hebt geschreven, zie je plotseling wat ermee mis is. Het is net alsof je met een frisse blik naar je ex kijkt. Je ziet de slechte eigenschappen, maar ook de goede. Aan de kwaliteiten van je ex kun je niets meer veranderen, maar wel aan die van je boek. Je kunt de slechte eigenschappen met één druk op de knop verwijderen. En vervolgens kun je net zo veel goede eigenschappen toevoegen als je maar wilt. Voor je het weet is het manuscript dat je nooit meer wilde zien weer even aantrekkelijk als op de eerste dag dat je het idee ervoor bedacht. 

Niet alleen je boek wordt er beter van, ook jij. Door te sleutelen aan de inhoud, de stijl en de structuur van je boek, sleutel je ook aan de inhoud, de stijl en de structuur van je eigen gedachten. Let maar op: plotseling bedenk je slimme argumenten, grappige feiten en oplossingen waar je eerst niet op kon komen. Je boek wordt slimmer, jij wordt slimmer en de lezer wordt slimmer; er zijn alleen winnaars. 

Terwijl je door het document scrollt, vraag je jezelf af waarom het anderen wel is gelukt, en jou niet? Het pijnlijke antwoord is waarschijnlijk dat je dacht dat het makkelijker zou zijn. De Duitse schrijver Thomas Mann waarschuwde al: ‘Een schrijver is iemand voor wie schrijven moeilijker is dan voor anderen.’ De amateur-schrijver denkt dat hij faalt omdat hij na een dag niet meer dan een paar honderd woorden heeft geschreven. De schrijver kijkt trots naar zijn beeldscherm en neemt zich voor om die paar honderd woorden morgen eens grondig te herschrijven. 

Het is veel werk, maar hoeveel werk er ook op je wacht, geef niet op. Red je boek en red jezelf. 

Ben jij geloofwaardig als auteur?

Als lezers niet geloven dat jij verstand hebt van het onderwerp waar je over hebt geschreven, dan is het tijd om te werken aan je personal branding. 

Niemand belt zijn accountant als hij hulp zoekt voor psychische problemen. En niemand klopt aan bij zijn psycholoog als hij zijn boekhouding wil laten doen. We zijn eraan gewend geraakt dat er voor elk product en voor elke dienst die we nodig hebben een specialist beschikbaar is. Het liefst gaan we naar de beste, en daarom gaan we niet eten in een restaurant voordat we online de reviews hebben gecontroleerd. De meeste ondernemingen zijn zich ervan bewust dat het belangrijk is om de juiste uitstraling te hebben. Ze doen aan branding door te sleutelen aan het beeld dat klanten van hen krijgen. Grote ondernemingen geven er miljoenen aan uit, maar ook zzp’ers om de hoek werken aan hun imago, al is het maar door op hun busje met plakletters te schrijven dat ze timmerman zijn. Er zijn echter nog steeds mensen die weinig aandacht besteden aan hun imago: de schrijvers van non-fictieboeken. 

Freek Vonk

Als je een non-fictieboek leest over stress, dan verwacht je dat de auteur verstand van zaken heeft. Je bent niet bereid om eerst het boek te kopen en te lezen, om vervolgens te kunnen beoordelen of de expertise naar wens was. Je wilt het weten voordat je op de koopknop klikt of naar de kassa loopt. Daarvoor is het nodig dat je op basis van het profiel van de auteur en andere voorkennis een inschatting kunt maken van zijn deskundigheid. Bij de meeste auteurs zit het wel snor. Als je een gepromoveerd bioloog bent, gespecialiseerd in reptielen, dan zal niemand twijfelen aan je deskundigheid als je een boek schrijft over slangen. Met de personal branding van Freek Vonk zit het dus wel snor. Maar er zijn veel auteurs voor wie het onderwerp van hun boek niet naadloos aansluit op hun dagelijks werk. Die auteurs hebben last van een brand gap, en dat is een probleem. 

Wat veel voorkomt, is dat mensen een passie ontwikkelen voor een onderwerp, ondanks het feit dat ze er niet voor hebben gestudeerd en nooit in het vakgebied hebben gewerkt. Ze zijn wiskundeleraar en schrijven een boek over stress. Of ze zijn automatiseringsdeskundige en schrijven een kookboek. De discrepantie tussen hun dagelijks werk en hun expertise is feitelijk niet relevant, want een hobbyist kan in principe meer verstand van zaken hebben dan een hoogleraar. Maar de kans is groot dat het moeilijk verkoopt omdat lezers gewoon niet geloven dat de auteur de beloofde kennis en ervaring heeft. 

‘Ik ken niemand als Sophie’

Ik praat er weleens over met auteurs, en het is altijd een moeilijk gesprek. Een auteur die veel verstand heeft van de Franse revolutie kan zich niet voorstellen dat anderen hem wantrouwen. Ja maar, zie ik hem denken, ik heb er toch een boek over geschreven, dat is toch voldoende bewijs? Helaas, dat is het niet. 

Gelukkig zijn er een paar manieren om geloofwaardiger over te komen. De eerste manier is door de boel te belazeren. Je koopt een witte jas, hangt een stethoscoop om en iedereen gelooft dat je een arts bent – tot de operatie wat bloederiger verloopt dan verwacht. Ik zie weleens dat een auteur zich presenteert als manager, terwijl hij nog nooit leiding heeft gegeven. 

De tweede manier is door je expertise te bewijzen. Dat lijkt moeilijk, maar dat is het niet. In je profieltekst heb je bijvoorbeeld de mogelijkheid om je deskundigheid te onderbouwen: ‘Sophie heeft zich vijftien jaar verdiept in de invloed van schrijver en filosoof Jean-Jacques Rousseau op de Franse revolutie.’ Wat daarbij helpt, is de waardering van anderen; aanbevelingen zijn goud waard: ‘Sophie trekt altijd volle zalen met haar presentaties over Rousseau.’ Of, nog beter: ‘Ik ken niemand die zo overtuigend en enthousiast kan vertellen over de Franse revolutie als Sophie.’ Nog beter is het natuurlijk als je je expertise niet alleen aantrekkelijk verwoordt in de profieltekst, maar ook daarbuiten, bijvoorbeeld door actief over je deskundigheid te spreken en te schrijven door bijvoorbeeld blogs te schrijven en presentaties te geven. Het is veel werk, maar de moeite waard als je het vertrouwen van je lezers wilt winnen.

Maak een bestseller van je boek op z’n Amerikaans

Valt een televisiecommercial buiten je budget als auteur van een non-fictieboek? Gooi het dan over een andere boeg en kies dan op z’n Amerikaans voor persoonlijk contact met je lezers via grassroots campaigning. 

Amerikaanse burgers gaan dit jaar voor de presidentsverkiezingen weer langs de deuren in hun woonplaats om mensen te motiveren om te gaan stemmen, bij voorkeur op hun favoriete partij. Ze worden canvassersgenoemd. Zo heb je ook phone bankers: zij doen hetzelfde voor hun idolen, maar dan via de telefoon. Canvassing en phone banking zijn voorbeelden van grassroots campaigning: een vorm van kleinschalige en persoonlijke promotie die in de Amerikaanse politiek al sinds het begin van de vorige eeuw als onmisbaar wordt gezien, ondanks het feit dat het meeste campagnegeld wordt besteed aan commercials en andere vormen van massacommunicatie. 

Volgens mij kunnen wij als uitgevers en auteurs van non-fictieboeken nog wel wat leren van deze aanpak. Graswortelpromotie, dat klinkt voor geen meter, maar het principe is interessant. Hoe ziet boekpromotie eruit als je dat in graswortelstijl doet?

De populairste marketingmethoden die van oudsher worden ingezet voor het promoten van boeken zijn reclame, boekhandel- en mediapromotie. Deze drie zijn gebaseerd op het uitgangspunt dat je doelgroep moeilijk te bereiken is en dat het daarom makkelijker is om iedereen te benaderen. Spray and pray marketing, noemen Amerikanen dit. Deze aanpak werkt minder dan ooit, met name omdat er inmiddels te veel verschillende media zijn. Dat maakt de aanpak praktisch onhaalbaar en financieel onbetaalbaar. De uitgeverij die in elke krant een advertentie plaatst, op elk sociaal medium adverteert en op elke radio- en tv-zender een commercial uitzendt, is dertig dagen na het ontvangen van de facturen failliet. 

Als je een politieke biografie hebt geschreven, is het dus onhaalbaar om iedereen aan te spreken, in de hoop dat je zo ook geïnteresseerde lezers bereikt. Wat beter werkt, is je rechtstreeks richten op de liefhebbers van politieke biografieën. Daarom is de Amerikaanse grassrootsaanpak zo interessant, want het sleutelwoord daarvan is ‘persoonlijk’. De Democraten en Republikeinen gaan langs de deuren, bellen partijgenoten, organiseren discussieavonden en sturen handgeschreven briefjes. 

De afgelopen jaren heb ik verschillende auteurs begeleid die veel succes hebben gehad met grassroots-achtige methoden. Dit is hoe zij het hebben aangepakt. 

Help me

Crowdfunding wordt nog maar weinig gebruikt door auteurs. Veel mensen zien het als bedelen, terwijl de kracht van crowdfunding niet zozeer het inzamelen van geld is, maar de mogelijkheid om je doelgroep in zijn hart te raken. Met crowdfunding benader je mensen niet als consumenten, maar als geïnteresseerde mensen. Een crowdfundingscampagne wordt gezien als een noodoproep van de auteur, en die oproep draagt verder dan de klinische pay-off van een platte advertentie. Help mij, zeg je tegen de burger aan de andere kant van het beeldscherm, en als die burger geïnteresseerd is in jouw politieke biografie, dan zegt hij geen nee. Integendeel, dan trekt hij direct zijn portemonnee en stuurt de link van jouw campagne door naar een vriend die geïnteresseerd is in hetzelfde genre. 

Van de zeven crowdfundingscampagnes die we de afgelopen jaren hebben georganiseerd, waren er zes direct heel succesvol. De boeken maakten na de publicatie een vliegende start omdat ze begonnen met de steun van een groot aantal ambassadeurs die het boek in de beginfase hadden aangeschaft.

Ga zelf naar de berg

Volgens de overlevering stond de profeet Mohammed voor een berg en riep dat de berg naar hem toe moest komen. Toen de berg niet bewoog, besloot hij zelf naar de berg te gaan. De moraal van dit verhaal: als de lezer niet naar jou komt, dan moet jij naar de lezer. En dat is precies wat een van onze auteurs deed die de ambitie had om zijn nieuwe managementmethode in heel Nederland op de kaart te zetten. Hij huurde elke week voor een appel en een ei een eenvoudige ruimte in de bibliotheek van een dorp of stad. Voor 25 euro per persoon vertelde hij dan zijn verhaal, soms voor niet meer dan vijf mensen. Dat leidde maandenlang nergens toe, tot er zo nu en dan via een bezoeker een uitnodiging kwam om hetzelfde verhaal voor tweehonderd mensen tijdens een event te vertellen. Een paar jaar later had de auteur een bloeiende praktijk als spreker en trainer. 

Profiteer van het homophilyprincipe

Mensen hebben de neiging om sociale banden te vormen met anderen die op hen lijken in termen van demografische kenmerken, houdingen, interesses en overtuigingen. Wetenschappers noemen dit het homophilyprincipe. Het is natuurlijk nergens makkelijker om gelijkgestemden te vinden dan online, met name via sociale media. En als je eenmaal gelijkgestemden hebt gevonden, dan wordt het plotseling veel makkelijker om er nog veel meer te bereiken. 

De Zweedse klimaatactiviste Greta Thunberg begon in augustus 2018 in haar eentje te staken voor het klimaat voor het Zweedse parlement. Via sociale media deelde ze haar boodschap en al binnen enkele maanden (!) was haar solo-protest uitgegroeid tot een wereldwijde beweging. Er zijn ook spectaculaire voorbeelden uit de literaire wereld. De Amerikaanse auteur Andy Weir begon zijn boek The Martian als een serie blogs op zijn website. Door feedback van lezers op online forums en sociale media verbeterde hij zijn verhaal. Op verzoek van fans publiceerde hij het boek uiteindelijk als een e-boek op Amazon voor slechts 99 cent. De populariteit explodeerde dankzij mond-tot-mondreclame, wat uiteindelijk leidde tot een traditionele boekdeal en zelfs een succesvolle verfilming. 

Veel auteurs houden wel van gras, maar vooral om op te liggen. Dat is niet genoeg als je kiest voor graswortelpromotie. Ik ken tientallen auteurs die elke dag bezig zijn met het onderhouden van hun relaties. Ze schrijven berichten en blogs, en ze maken video’s en podcasts. Ze reageren op elke reactie en nemen elke vraag of opmerking serieus. Dat vereist enorm veel discipline, en hetzelfde geloof dat ook de Amerikaanse canvassers hebben: de overtuiging dat persoonlijk contact waardevoller is dan een zakelijk contact. 

Herhaling, de truc waarmee niemand jouw boek vergeet

Wil je dat lezers zich de informatie uit jouw non-fictieboek morgen nog herinneren? Vijf trucs om informatie op een aantrekkelijke manier te herhalen. 

Bijna honderdvijftig jaar geleden ontdekte Herman Ebbinghaus, een Duitse psycholoog en geheugenonderzoeker, dat wij mensen 90 procent van wat we leren binnen enkele uren alweer vergeten zijn. De informatie is niet allemaal weg, maar we kunnen deze niet reproduceren. Ebbinghaus had hiervoor een test ontwikkeld. Hij liet mensen nonsenswoorden als ‘grak’ of ‘blyk’ memoriseren en vroeg hen later of ze deze nog konden reproduceren. Kort na de test lukte het nog wel om de nodige woorden op te noemen, maar na verloop van tijd bleken de meeste woorden verdwenen te zijn. Sinds de eerste experimenten van Ebbinghaus zijn er veel nieuwe onderzoeken gedaan, maar met dezelfde resultaten: de meeste dingen vergeten we snel. 

Ebbinghaus ontdekte nog een belangrijke wetmatigheid: woorden of beelden die we vaker zien, onthouden we veel makkelijker. Herhaling is de belangrijkste truc om informatie succesvol te kunnen reproduceren. Deze wetenschap is natuurlijk van groot belang als je wilt dat lezers zich de informatie in jouw boek kunnen herinneren nadat ze het hebben gelezen. Maar hoe herhaal je informatie in een tekst, zonder dat het irritant wordt voor jezelf of voor de lezer? Van alle adviezen die neurowetenschappers en psychologen sinds Ebbinghaus hebben bedacht, zijn dit mijn favoriete tips. 

Tip 1: smeer het uit, of in vaktermen: gebruik spaced repetition. Als je wilt dat lezers van je boek Ebbinghaus en zijn twee belangrijkste ontdekkingen blijvend herinneren, herhaal die informatie dan niet drie keer in hoofdstuk 1, maar doe dat verspreid over je boek. Bedenk excuses om nog een keer over Ebbinghaus te beginnen in de hoofdstukken 4, 7 en 11.

Tip 2: varieer de inhoudelijke stijl van je herhalingen. Vertel in hoofdstuk 4 een grappige anekdote over de mens Ebbinghaus. Beschrijf in hoofdstuk 7 hoe een andere wetenschapper het onderzoek van Ebbinghaus herhaalde en in hoofdstuk 11 een van zijn experimenten.

Tip 3: gebruik samenvattingen. Heb je een praktisch non-fictieboek geschreven, of het nou een kookboek is of een managementboek, vat dan aan het einde van een hoofdstuk de belangrijkste informatie samen, al dan niet in de vorm van tips.

Tip 4: dwing je lezer om over de informatie na te denken. De psychologen Jeffrey D. Karpicke en Henry L. Roediger noemen dit het testing effect. Dit kun je natuurlijk doen door aan het einde van een hoofdstuk op een schoolse manier vragen te stellen aan de lezer, maar er zijn originelere manieren. Je kunt in een boek over persoonlijke ontwikkeling bijvoorbeeld (denkbeeldige) cases beschrijven die eindigen met een dilemma. Daarop kun je de lezer vragen om zelf een oplossing te bedenken. 

Tip 5: leg verbanden met kennis die je als bekend mag veronderstellen. Als je in een boek over de geschiedenis van de diplomatie in Nederland het principe van wederkerigheid wilt uitleggen, dan kun je dat doen door een bekend voorbeeld te beschrijven. Beschrijf dan hoe de Amerikaanse regering onder Trump in 2018 importtarieven op staal en aluminium invoerde, waarop Nederland en de Europese Unie vergelijkbare maatregelen namen. Ook effectief is om het principe van wederkerigheid in de diplomatie te vergelijken met hetzelfde principe in een andere context, zoals het privéleven van de lezer. Beschrijf bijvoorbeeld hoe wederkerigheid onder vrienden werkt: als een vriend je helpt bij het verhuizen, voel je je waarschijnlijk verplicht hen ook te helpen wanneer ze verhuizen. 

Zo schrijf je een boek voor lezers die geen boeken lezen 

Wil je meer mensen bereiken dan de lezers van de eerste druk van je boek? Deel alles wat je weet dan ook via andere media. 

De meeste auteurs die ik ken, zien hun boek als de heilige graal. Ze hebben zich opgeofferd om alles wat ze weten en alles wat ze hebben meegemaakt samen te ballen in een manuscript van vijftigduizend woorden. Als ze de laatste woorden hebben geschreven, kijken ze tevreden naar het beeldscherm en slaken ze een diepe zucht. Het is volbracht. Hun tevredenheid is terecht want het is geen geringe prestatie om een boek te schrijven. Maar die tevredenheid maakt na verloop van tijd plaats voor frustratie, als ze beseffen hoe weinig mensen ze eigenlijk bereiken met hun boek. De auteurs van de meeste non-fictieboeken mogen blij zijn als alle exemplaren van de eerste druk van duizend exemplaren worden verkocht. Dat zijn veel mensen, maar op een bevolking van 17,7 miljoen mensen is het natuurlijk een speldenprik. 

Je kunt het je als auteur bijna niet voorstellen (want als auteur lijd je waarschijnlijk aan het vals-consensuseffect: je overschat hoeveel mensen jouw fascinatie voor het boek delen) maar er zijn mensen die zelden een boek lezen. Jongeren haken massaal af en geven de voorkeur aan sociale media waar ze korte teksten kunnen lezen die weinig tijd en energie vergen. Volwassenen lezen nog boeken, maar ook bij nieuwe generaties volwassenen daalt de belangstelling. Het is bedroevend nieuws voor mensen als ik die verknocht zijn aan het boek en aan de auteur die mij met overtuigende feiten en sterke stijlmiddelen masseert tot ik moe maar voldaan ben. Maar het is ook vertekend nieuws, want in werkelijkheid zijn veruit de meeste mensen wel degelijk geïnteresseerd in wat jij te vertellen hebt. Dat zul je wel in een andere vorm moeten aanbieden.

Nu je jouw meesterwerk hebt afgerond, hoeft het niet zo veel moeite meer te kosten om de inhoud op een andere manier te verpakken. Waarom maak je geen workshop, online training, whitepaper, blog, vlog, podcast, seminar, infographic, tijdschriftartikel, studiehandleiding, tentoonstelling, documentaire, gratis downloads, quiz of webinar? En waarom zou je niet zelf actief worden op sociale media? Zo veel moeite kost het niet om op Instagram volgers te informeren. En nee, je hoeft niet per se te kunnen dansen om op TikTok aandacht te trekken. 

De kunst is om je boek niet te zien als een doel, maar als een middel. Je doel zou moeten zijn om zo veel mogelijk mensen te bereiken, al die mensen die snakken naar wat jij te vertellen hebt en nu dorstig op jou zitten te wachten. 

‘Ken ik jou niet ergens van?’

Een ijzersterke openingszin is niet alleen belangrijk voor een roman, maar ook voor een non-fictieboek. Het is je belofte aan de lezer dat je boek de moeite waard is. 

Ken ik jou niet ergens van? Dit is ongeveer het niveau van de gemiddelde openingszin in een non-fictieboek. Doodzonde, want zo’n triviale zin nodigt de lezer niet echt uit om kennis te maken met jouw boek. Als je slim bent, val je met de deur in huis en open je je boek met een verrassende zin die je lezer belooft dat het de moeite waard is om verder te lezen. Wat de eerste zin ook is – uitdagend, vreemd, grappig, intelligent of triest – hij moet de lezer raken. 

In de wereldliteratuur zijn veel openingszinnen die klassiekers zijn geworden: 

A Tale of Two Cities, Charles Dickens
‘It was the best of times, it was the worst of times, it was the age of wisdom, it was the age of foolishness, it was the epoch of belief, it was the epoch of incredulity, it was the season of Light, it was the season of Darkness, it was the spring of hope, it was the winter of despair.’

Nineteen Eighty-Four, George Orwell 
‘It was a bright cold day in April, and the clocks were striking thirteen.’

The Catcher in the Rye, J. D. Salinger
‘If you really want to hear about it, the first thing you’ll probably want to know is where I was born, and what my lousy childhood was like, and how my parents were occupied and all before they had me, and all that David Copperfield kind of crap, but I don’t feel like going into it, if you want to know the truth.’

Die Leiden des jungen Werthers, Johann Wolfgang von Goethe
‘Wie froh bin ich, dass ich weg bin! Bester Freund, was ist das Herz des Menschen!’

L’Étranger, Albert Camus
‘Aujourd’hui, maman est morte. Ou peut-être hier, je ne sais pas.’

Anna Karenina, Leo Tolstoy
‘Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.’

Kijk, dat zijn pas binnenkomers. Deze boeken eindigen niet met een cliffhanger, ze beginnen met een cliffhanger. Je wilt direct verder lezen. 

Geen recept

Er is natuurlijk geen recept voor het schrijven van de perfecte binnenkomer. Maar ik denk dat er wel een paar randvoorwaarden en trucs zijn. De eerste randvoorwaarde is dat je kiest voor een stijl en/of een inhoudelijke boodschap die de lezer direct wakker schudt. In de openingszin van Nineteen Eighty-Four slaat de klok dertien keer. Dertien keer, wat is daar aan de hand? De tweede randvoorwaarde is dat je goed weet waar je manuscript over gaat. Het is namelijk aantrekkelijk als de centrale thema’s van je boek zich weerspiegelen in je openingszin, zoals in die van Anna Karenina, waarin de woordkeuze en de kerngedachte een voorbode vormen voor het leed dat volgt. 

Lukt het niet om de ideale openingszin te bedenken? Dan zijn er gelukkig trucs om toch aantrekkelijk te beginnen. Tip een: ga in je manuscript op zoek naar zinnen die je mogelijk naar voren kunt schuiven. Tip twee: een aantrekkelijke openingsalinea is een mooi alternatief voor een openingszin. In zijn boek Goede moedbeschrijft auteur Tim Hofman hoe hij de dag voor de befaamde uitzending van Boos over vermeend seksueel grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik rondom The Voice of Holland in het toilet staat en niet kan plassen. Een even menselijke als begrijpelijke situatie die een prachtig symbolisch beeld vormt als opening voor het boek. Tip drie: gebruik een citaat. Hoe tweedehands zo’n zin ook is, als hij werkt, heb je je doel toch bereikt. Tip vier: begin met een onverwacht feit. Als je een non-fictieboek hebt geschreven, dan zal het ongetwijfeld data bevatten die hiervoor geschikt zijn. Tip vijf: spreek de lezer rechtstreeks aan. Als je een boek schrijft over angststoornissen zou je kunnen schrijven: ‘Hoe zou jouw leven eruitzien als je ’s ochtends je bed niet uit durft te komen omdat…’ Tip zes: stel een intrigerende vraag. Een boek over mantelzorg zou kunnen beginnen met de zin: ‘Heeft iedereen recht op mantelzorg van familie en vrienden, of moet de overheid daarvoor zorgen?’ Tip zeven: gebruik een metafoor. Een boek over ons DNA zou kunnen beginnen met de zin: ‘DNA is de barcodesticker van het leven, een microscopisch kleine streepjescode die de geheimen van onze afkomst, onze gezondheid en ons potentieel bevat.’

En dan ga ik nu snel een nieuwe openingszin voor mijn eigen boek Waarom schrijf je geen boek? bedenken. Die begint met zo’n nietszeggende flutzin dat het een wonder is dat er mensen zijn die het boek ooit hebben uitgelezen. Ik beloof dat de volgende druk met meer vuurwerk begint. 

Gezonde friet en de denkfout van spreektaalfans

Trek je niets aan van het advies om meer spreektaal te gebruiken als je een non-fictieboek schrijft. Het werkt averechts. Een pleidooi voor schrijftaal (met een vleugje spreektaal). 

Veel schrijfcoaches en marketingadviseurs roepen enthousiast dat spreektaal een geschreven tekst veel aantrekkelijker maakt: ‘Schrijf in spreektaal en win klanten’, ‘ Grijp de lezer met informeel taalgebruik’, ‘Schrijf zoals je praat, want schrijven is niet meer dan praten met een scherm ertussen.’ Wat een onzin. Wie schrijftaal achteloos wegzet als een oubollige en onleesbare stijl en spreektaal aanprijst als de ideale communicatievorm voor geschreven teksten maakt een denkfout. 

Wat is spreektaal eigenlijk? Het eerste kenmerk van spreektaal is volgens mij de spontane, rommelige structuur van je verhaal. Je let amper op de volgorde van de woorden in je zinnen, en evenmin op de volgorde van je zinnen. Je springt van de hak op de tak en je valt regelmatig in herhaling. Het tweede kenmerk is het gebruik van non-verbale communicatie: de intonatie van je stem, de mimiek van je gezicht en de bewegingen van je armen dragen bij aan de betekenis van je verhaal. Het derde kenmerk is het bewuste gebruik van woorden die je gesprekspartner begrijpt. Het vierde kenmerk is de continue wisselwerking tussen jou en de luisteraar: je valt elkaar in de rede en je vult elkaar aan. 

Schrijven met deze vier kenmerken werkt echter niet in een non-fictieboek: rommelige zinnen en rommelige alinea’s zijn vermoeiend om te lezen, non-verbale communicatie is niet mogelijk, makkelijke woorden zijn niet voorbehouden aan spreektaal en van een directe wisselwerking tussen schrijver en lezer kan natuurlijk geen sprake zijn in een boek. 

Gezonde friet

De denkfout die spreektaalfans maken is dat zij gesproken taal louter identificeren met begrijpelijk taalgebruik. Dat is even kortzichtig als friet als gezond aanprijzen omdat het calorierijk voedsel is. Dat is friet natuurlijk ook, maar het heeft ook enkele belangrijke nadelen in een gezond dieet. 

Ik ben een schrijftaalfan en ik vind laagdrempelig taalgebruik ook aantrekkelijk. Maar ik heb tegelijkertijd een hekel aan rommelige zinnen en alinea’s. Daarom zou ik niemand aanraden om te schrijven zoals hij spreekt. Integendeel: doe je lezer een plezier en kies voor schrijftaal. 

Wat is schrijftaal? Het eerste kenmerk is een goed georganiseerde en daardoor begrijpelijke structuur. Het tweede kenmerk is een eenduidige betekenis, zodat er bij de lezer geen twijfel kan zijn over die betekenis; per slot van rekening kan hij niet even aan de schrijver vragen wat er wordt bedoeld. Het derde kenmerk is het gebruik van taal die de doelgroep begrijpt: bestaat de doelgroep uit vakgenoten, dan kun je complex jargon gebruiken; is je doelgroep breed, dan moet je moeilijke taal vermijden. Goede schrijftaal bevat daarmee aspecten van spreektaal, en meer niet. 

Is echte spreektaal daarmee onbruikbaar in een non-fictieboek? Natuurlijk niet. Het kan een effectief stijlmiddel zijn, net als tal van andere stijlmiddelen. Als je wilt beschrijven hoe iemand spreekt, dan is het letterlijk beschrijven van zijn of haar spreektaal heel effectief. Ook kan een rommelige spreektaalzin hier en daar verfrissend werken in een verder keurig schrijftaalboek. Maar volgens mij werkt spreektaal in een non-fictieboek alleen als je het met mate doet. 

Delete of niet

Kill your darlings is wreed en onnodig. Je mag je favoriete teksten en ideeën gewoon bewaren, op een dag ben je blij dat je ze niet hebt vermoord. 

Ik ben een digitale hamsteraar. Fysieke spullen die ik niet meer nodig heb, gooi ik zorgeloos weg, maar van digitale informatie kan ik geen afstand nemen. En waarom zou ik ook. Alles wat ik ooit heb geschreven, neemt in de cloud amper een schapenwolkje in beslag. 

Ik bewaar niet alleen kant-en-klare teksten, ik bewaar ook alle letters die van mijn bureau vallen als ik aan het schrijven ben. Want als ik schrijf, ben ik de hele tijd aan het schrappen. Veel tekst verdwijnt dan voor eeuwig met een druk op de delete-knop, maar al het literaire zaagsel waarvan ik denk dat het nog eens van pas kan komen bewaar ik, want je weet maar nooit. 

Volgens mij doe je jezelf en je lezer om twee redenen een groot plezier met het bewaren van ongebruikte teksten. De eerste reden is ongetwijfeld de belangrijkste: door overtollige teksten te schrappen, bespaar je de lezer veel tijd en ergernis. Hij hoeft zich in jouw boek niet door dicht struikgewas te worstelen dat jij hebt laten groeien. Met je digitale kapmes kun je de weg voor hem effenen en er zo voor zorgen dat je lezer snel en comfortabel zijn eindbestemming bereikt. Ik weet het, het is soms pijnlijk om belangrijke feiten of indrukwekkende cases te schrappen, maar als ze geen functie hebben in je boek moet je streng zijn: weg ermee. De Amerikaanse hoogleraar Edgar Dale ontdekte dat we slechts 10 procent onthouden van wat we lezen. Je kunt er dus maar beter voor zorgen dat je tekst zo min mogelijk ruis bevat, zodat je lezer onthoudt wat er volgens jou echt toe doet. 

De tweede reden om ongebruikte teksten te archiveren is dat de informatie die je hebt verwijderd en bewaard later nog van pas kan komen. Je bevindt je in goed gezelschap, recyclen is populair. Als koks bieten gebruiken, gooien ze de restjes niet meer weg, maar maken ze er een puree van. Als Taylor Swift een album maakt, bewaart ze ongebruikte songs voor later. Ze noemt deze songs haar vault tracks. Modeontwerpers grijpen continu terug op oude trends. Ook schrijvers hergebruiken oude teksten en ideeën. Thrillerschrijver Stephen King beschrijft in zijn onvolprezen boek On writing hoe hij oude ideeën, scenes, personages en verhaallijnen hergebruikt. In het boek adviseert King schrijvers om een ​​‘ideeënboek’ bij te houden. Hij vindt het zelfs waardevol om ideeën niet direct te gebruiken, maar ze te laten rijpen. Kom er later op terug, schrijft King, en kijk of je er nog steeds enthousiast over bent.

Tien tips voor een perfecte first date met een uitgever

Je wilt een geweldig idee voor een boek naar een uitgeverij mailen. Hoe zorg je ervoor dat die mail ook wordt gelezen?

Ik ontvang bijna elke dag een mail met een boekvoorstel of een manuscript. Van een deel van deze mails open ik niet eens de bijlage. Wat had ik anders kunnen doen na het lezen van de volgende tekst:

eind jaren 90 heb ik tijdens mijn universitaire studies, het begrip( mede door behulp van mijn oom die toen een adviesbureau had) marketing volledig beschreven en gedefinieerd, met onwaaarschijnlijke felicitaties van de jury. Mijn promotor porde me aan hiervan een boek te maken maar spijtig genoeg nooit gedaan

nu, heb ik het werk (om legio redenen) volledig herschreven en geactualiseerd en vervolledigd nav gewijzigde maatschappelijke omstandigheden

het is een totaalwerk geworden, kan ik uit de grond van mijn hart zeggen

bent u geinteresseerd? 

Ik heb de auteur vriendelijk geantwoord dat de begeleidende mail onvoldoende vertrouwen gaf om het manuscript te lezen. Helaas is deze mail geen unicum. Een op de tien mails van geïnteresseerde auteurs is even onleesbaar als de voorgaande tekst, drie bevatten veel fouten, drie zijn acceptabel en drie zijn goed (maar zelden foutloos). Mijn collega’s en ik kunnen ons daar erg over verbazen. Zouden deze auteurs ook naar een eerste date gaan zonder aandacht te besteden aan hun uiterlijk? Steken ze dan ongevraagd een sigaret op, peuteren ze omstandig in hun neus en willen ze meteen kussen?

De woorden maken het verschil

Waarom besteden mensen zo weinig aandacht aan de taal van een persoonlijk bericht? Nota bene een bericht waarmee ze aandacht vragen voor een boek aan een uitgever?

Eeuwen geleden besteedden de meeste schrijvers amper aandacht aan de schrijfwijze van hun teksten, omdat er nu eenmaal nog geen overeenstemming was over een ‘juiste’ schrijfwijze. William Shakespeare trok zich weinig aan van spellings- en grammaticaregels, om de eenvoudige reden dat die er amper waren in een tijd dat nog maar weinig mensen konden lezen en schrijven. Inmiddels is echter van elk woord bekend hoe het geschreven moet worden en voor elke zin is er een formule die voorschrijft in welke volgorde de woorden gepresenteerd moeten worden.

Er zijn natuurlijk autonomen die deze conventies als ‘regels’ ervaren en dus als autoritair. Ik zie dat anders. De standaardisering van taal is volgens mij gewoon een weergave van wat wij collectief mooi en effectief vinden. De autonomen gedragen zich in mijn ogen als pubers die met hun ogen rollen als je ze wijst op het ontbreken van interpunctie in hun WhatsApp-berichten. Toch denk ik niet dat de slordig mailende auteur tot de categorie anti-autoritaire cultuurbarbaren behoort; ik denk wel dat hij een belangrijke denkfout met deze groep deelt. De autonoom, de puber en de auteur denken alle drie dat een boodschap alleen om de inhoud draait, en dat de vorm er niet toe doet.

Het tegendeel is waar: de vorm van de taal is volgens mij zelfs belangrijker dan de inhoud. De liefde waar de zanger naar verlangt is steeds dezelfde, maar het zijn de woorden die het verschil maken. Hetzelfde geldt voor de perverse begeerte van de seriemoordenaar in de thriller, het verdriet van de nabestaande in de afscheidsspeech en de behoefte om gehoord te worden in de mail van een auteur. De liefde, de begeerte en het verdriet zijn niet uniek, maar de woorden bepalen hoe de boodschap overkomt. Zijn ze opgediend als een berg doorgekookte stamppot, druipend in het vet, of zijn ze zorgvuldig bereid en met gevoel voor compositie, kleur, ruimte en structuur opgemaakt op een schoon bord?

Tien tips voor je eerste date

Je mail aan de redacteur of de uitgever van een uitgeverij is je eerste date, en als je mail niet aantrekkelijk is, dan wordt die afspraak geheid een speeddate die korter duurt dan je lief is. Als je mail echter heel aantrekkelijk is, dan heb je juist een streepje voor en maakt je boekidee misschien meer kans dan het verdient. Het kan niet misgaan als je de volgende tien tips toepast:

  1. Gebruik een aanhef, bij voorkeur met de naam van de persoon die je mailt.
  2. Leg uit waarom je juist deze uitgeverij benadert.
  3. Stuur je mail dus niet naar vijf uitgeverijen tegelijk (zichtbaar in het CC-veld).
  4. Vermijd oubollig, ambtelijk taalgebruik. Schrijf creatief en aantrekkelijk.
  5. Prijs niet alleen je boek aan, maar ook jezelf.
  6. Begin niet met het stellen van eisen, stel je bescheiden en geïnteresseerd op.
  7. Voeg je contactgegevens toe.
  8. Stuur bij voorkeur een boekvoorstel, een flaptekst en (een deel van het) manuscript mee.
  9. Laat je mail een nacht rusten en controleer ‘m een dag later nog een keer.
  10. Maak geen taalfouten in spelling, grammatica of interpunctie.