Skip to main content

Auteur: Geerhard Bolte

Hoe haal je de rem van je toetsenbord als je een boek schrijft?

Zou je graag vol gas willen schrijven aan je manuscript? Geen last hebben van dat duiveltje op je schouder dat de hele tijd zit te zeuren dat het beter kan? Lees dan niet verder, want ik denk dat zelfkritiek onmisbaar is.

Een auto kan niet zonder motor, maar ook niet zonder rem. Zo is het ook met het schrijven van een boek. Je hebt ideeën, tijd en zin nodig om de motor draaiende te houden. Maar als je geen rem zou hebben, zou je al vlug uit de bocht vliegen of erger: ergens tegenaan botsen. Auteurs die ongeremd leeglopen, leveren meestal manuscripten af met gammele argumenten, twijfelachtige feiten en kromme zinnen. 

De literaire rem bestaat uit een mengsel van interne en externe kennis en ervaring. Intern is dat jouw eigen kritische stem – gevormd door alles wat je eerder hebt gelezen, geschreven en gedacht. Extern zijn het de stemmen van vakgenoten, redacteuren, lezers, en soms zelfs van die ene zure recensent die je ongewild toch iets waardevols meegaf. Samen vormen ze dat duiveltje op je schouder dat fluistert dat een redenering nog niet klopt of dat je stijl nog wat te bombastisch is. Dat duiveltje is niet bezig om je werk te saboteren maar om het scherper, geloofwaardiger en leesbaarder te maken. Zonder die rem zou je als een dolle door het manuscript razen – en pas aan het eind ontdekken dat je iets hebt geschreven dat je zelf niet eens zou willen lezen.

Net zoals rijden vereist schrijven continu een beetje gas geven en een beetje remmen. Soms moet je vaart maken: dóórschrijven, ideeën uitwerken en twijfels parkeren. Op andere momenten moet je juist vertragen: afstand nemen, herlezen, schrappen. Wie alleen maar op het gaspedaal duwt, produceert een tekst zonder nuance, zonder reflectie. Maar wie voortdurend op de rem trapt, komt nergens. De kunst is om te schakelen. Schrijf vrijuit als je begint, rem af zodra je redigeert. Geef gas bij het verzamelen van ideeën, rem af als je voelt dat je afdwaalt. De kunst is om aan te voelen wat je op een bepaald moment moet doen; in het ideale geval wordt het een intuïtief proces. Je haalt dan zelden de maximum snelheid, maar je komt waarschijnlijk eerder aan op je bestemming.

Juist onder non-fictieauteurs tref ik veel snelheidsduivels aan. Ik denk dat het komt doordat ze denken dat ze een klus te klaren hebben. Ze hebben een boodschap, en zodra ze hun stelling hebben onderbouwd, beginnen ze aan het dankwoord. De gemiddelde romanschrijver realiseert dat de aantrekkelijkheid van een boek niet zozeer draait om de afronden van een plot, maar om de aantrekkelijkheid van de stijl. En dat kost nu eenmaal moeite; zoals de Amerikaanse schrijver en diplomaat Nathaniel Hawthorne zei: ‘Easy reading is damn hard writing.’

Welk boek schrijf jij deze zomer niet?

Elke zomer worden veel boeken niet geschreven. Ik snap het wel. Als je eindelijk een paar weken vrij hebt, breng je die liever door met je geliefden, dan eenzaam achter een toetsenbord om een boek te schrijven over de opmars van Russische hybride oorlogsvoering in Europa of de aftocht van de huisvlieg op ons continent. Jammer, maar misschien heb je wel tijd om erover na te denken.

In films en romans ligt in de zomer altijd iemand met een grashalm in zijn mond naar de wolken te staren. Ik heb dat zelf nog nooit gedaan en ik heb het nog nooit iemand zien doen, maar het is een prachtig beeld van de eindeloze, warme zomer waarin je eindelijk tijd hebt om te ontspannen. Ik ben zelf ook erg voor ontspannen, maar helemaal gedachteloos lukt mij dat niet. Ik ben meestal vlug klaar met luieren, vakantie of niet. Zit jij zo ook in elkaar? Mooi zo, dan houd je voldoende tijd over om na te denken over je boek. 

Ideeën voor een boek lijken in het begin veel op voorbij stromende wolken. Ze hebben wel een vorm maar ze zijn nog niet herkenbaar. De kunst is om dan niet meteen in actie te komen maar te blijven piekeren. Ideeën moeten rijpen en je zult merken dat ze langzaam maar zeker van vorm veranderen. Als je het onderwerp van alle kanten bekijkt, krijg je na verloop van tijd een beter beeld van de invalshoek van je boek. Van de stijl. De voorbeelden die erin thuishoren. De kunst is om na te blijven denken tot je bent uitgedacht. En je weet dat dat moment is aangebroken als het moment is aangebroken. 

Schrijven is eigenlijk maar een bescheiden deel van het werk van een auteur. Het grootste deel bestaat uit nadenken, malen, filosoferen, afwegen, peinzen, reflecteren, analyseren en soms besluiten. De beste boeken zijn het werk van jarenlang tobben en zijn soms al helemaal uitgedacht voordat de auteur een letter op papier zet. 

Piekeren is maatschappelijk niet geaccepteerd. Als je tijdens kantooruren je benen op het bureau legt en naar het plafond staart om eens rustig ergens over na te denken, kun je al vlug een telefoontje van human resources verwachten. Je wordt niet betaald om te denken maar om te doen. Maar een boek is een denkding, geen doeding. Dus neem in je eigen tijd de vrijheid om na te denken voordat je wat gaat doen. Schrijven kan altijd nog. 

Geef je boek uit met crowdfunding

Kun je geen uitgeverij overtuigen met je manuscript? Geef je boek dan zelf uit met behulp van crowdfunding. 

Daar ligt het dan, je ongepubliceerde manuscript. Je hebt de volledige versie uitgeprint en op je werktafel gelegd. Het is af, maar het is nog geen boek. Het is slechts een stapel A4’tjes. Je hebt je manuscript aan verschillende uitgeverijen gemaild, maar niemand wilde het uitgeven. Het paste niet in hun fonds, ze vonden het niet vernieuwend genoeg of ze zagen geen commerciële mogelijkheden. Je levenswerk, afgekeurd als een verliefde puber. Wat moet je doen? 

Nobelprijs

Zoals met alles in het leven heb je drie keuzes: accepteren, weglopen of vechten. Het zijn alle drie uitstekende keuzes. Accepteren is prima als je tot de slotsom komt dat je veel hebt geleerd van het schrijven van het boek, maar dat het voor anderen blijkbaar onvoldoende waarde heeft. Je gaat maar eens wat anders doen, parachutespringen of een studie filosofie. Weglopen is heel populair. Je besluit dat je boek niet wordt uitgegeven omdat anderen niet het inzicht hebben om de kwaliteiten van jouw geweldige boek te herkennen. Je denkt aan al die beroemde schrijvers die ook tientallen keren werden afgewezen, tot ze werden ontdekt en Nobelprijzen wonnen. De derde optie is vechten. Dat is mijn favoriet.

Vechten begint ook met accepteren: beseffen dat je boek misschien nog niet af is. Je hebt hulp nodig van professionals die je kunnen helpen om er een beter boek van te maken. Je bedenkt dat dat eigenlijk heel normaal is. Aan een muziekalbum werken al vlug tientallen mensen. Aan een documentaire, een serie of een film werken soms honderden mensen. Maar je kijkt eens naar je spaarrekening en je vraagt je af: hoe ga ik de schrijfcoaches, de vormgevers en het drukwerk in hemelsnaam betalen? 

Er is gelukkig een even praktische als aantrekkelijke oplossing voor dit probleem: organiseer een crowdfundingcampagne. Vraag je familie, vrienden, relaties en ieder ander die maar geïnteresseerd kan zijn om een donatie te doen. 

Bedelen of helpen

Veel mensen schamen zich voor het inzetten van crowdfunding omdat ze niet willen bedelen, maar ik vind dat een eenzijdige en onnodig negatieve kijk op het vragen van hulp. De meeste mensen zouden jouw boek normaal nooit kopen, maar als je ze vraagt om te helpen bij de publicatie geven ze je met alle plezier een paar tientjes. Het boek dat ze daarvoor krijgen, geven ze desnoods weer weg op een verjaardag. De meeste donateurs zijn niet zozeer betrokken bij jouw boek, maar bij jou en jouw inzet om er een geweldig boek van te maken. 

Een crowdfundingcampagne heeft nog twee grote voordelen naast de financiering. Door vroeg in het proces aandacht te vragen voor je boek, begin je op tijd met de marketing. En je kunt bovendien tijdig peilen hoe er wordt gereageerd op je boek. In de campagne omschrijf je waar je boek over gaat en laat je mogelijk al een deel lezen. Wat vinden lezers van de eerste teksten? Als je met je donateurs in gesprek gaat, kun je nu waardevolle tips verzamelen waarmee je vervolgens een beter boek kunt schrijven. 

Heb je een BN’er nodig voor het voorwoord van je boek?

Helpt het als een bekende Nederlander het voorwoord van je non-fictieboek schrijft? Misschien niet, maar je weet maar nooit.

Wat trek je aan voor een feest: die oude versleten trui of dat leuke nieuwe jasje van Prada? Dat jasje natuurlijk. En waarom? Een oude versleten trui straalt onverschilligheid en een lage sociale status uit; leuk voor pubers maar niet voor volwassen volwassenen. Dat jasje van Prada doet het tegenovergestelde: je laat zien dat je erbij hoort en dat je serieus genomen mag worden. Jouw jasje is smaakvol, dus jij hebt ook smaak. Van dezelfde psychologie kun je gebruikmaken als je moet kiezen wie het voorwoord van je boek schrijft. Wordt het een oude trui of een nieuw jasje? 

Ik durf te wedden dat je bij het lezen van de vorige alinea je wenkbrauwen hebt gefronst. Prada, is dat niet wat overdreven? Opscheppen met een jasje dat duizenden euro’s kost? Met die ergernis heb je direct het probleem te pakken met het inzetten van een BN’er voor je boek: niet iedereen zal gecharmeerd zijn van je keuze. John de Mol voor je boek over de mosselcultuur in de Zeelandse Oosterschelde, is dat niet een beetje overdreven? Hoe kies je de juiste schrijver voor je voorwoord? En wat is het eigenlijk, een voorwoord? 

Wie je bent

Als je een voorwoord zelf schrijft, kun je er beknopt in uitleggen wie je bent en waarom je het boek hebt geschreven. In de inleiding kun je vervolgens ingaan op de essentie van het boek. De lezer kan dus aan het voorwoord afleiden met welke autoriteit hij te maken heeft. Ben jij bijvoorbeeld een beginner of een expert op jouw vakgebied? Ook zal hij eruit afleiden waarom je het boek hebt geschreven. Zijn jouw motivatie en enthousiasme aanstekelijk, of heeft de lezer hier te maken met een boodschapper die het alleen voor de poen doet? En bovendien: is het voorwoord aantrekkelijk geschreven? Het is per slot van rekening de eerste tekst van het boek, dus wordt dit een boek waar ze zich met moeite doorheen moeten worstelen of kunnen ze verwachten er plezier aan te beleven? 

Als je het voorwoord van je boek door iemand anders laat schrijven, worden deze drie vragen niet per definitie beantwoord. De lezer kan uit het voorwoord van de BN’er alleen afleiden dat het met jouw autoriteit wel snor zit, als de lezer die BN’er tenminste in staat acht om jouw autoriteit te beoordelen. Een bekende professor in jouw vakgebied die jou aanprijst, dat klinkt geloofwaardig. Een televisiepresentator die alleen spelletjesprogramma’s presenteert en geen verstand heeft van jouw vakgebied, dat klinkt ongeloofwaardig. En kan de lezer op basis van de tekst en de bekendheid van de BN’er afleiden dat jij goed kunt schrijven? Kan hij jouw motivatie beoordelen? Als je een voorwoord door iemand anders laat schrijven, zul je dus rekening moeten houden met de uitstraling van die persoon. 

Kies dus niet voor een BN’er omdat je hem toevallig kent. Kies hem omdat hij perfect past bij jou en je boek. En dat valt niet mee. 

Te elitair, te dominant, te activistisch

Stel, je bent net gepromoveerd als econoom en je hebt een wetenschappelijk boek geschreven over armoede in Nederland. Je zus woont naast John Williams, de presentator van het televisieprogramma Uit de schulden. Ze heeft hem gepolst en hij wil het wel schrijven. Maar past hij wel bij een wetenschappelijk boek? Wie moet het dan schrijven? Klaas Knot van De Nederlandsche Bank? Geen tijd. Sander Schimmelpenninck? Schrijft veel over ongelijkheid, maar te elitair. Rutger Bregman? Veel expertise, maar zo dominant in het debat dat hij het boek kan overschaduwen. Tim Hofman? Interessant, maar misschien te activistisch. Lilian Marijnissen? Heel betrokken, maar te politiek beladen naam. Quinty Trustfull? Betrokken bij armoedebestrijding maar wordt toch teveel geassocieerd met lifestyle en glamour. Zo ga je urenlang allerlei namen af, en met veel moeite lukt het om een shortlist te maken van drie namen. En nu maar hopen dat ze willen. 

En als je niemand kunt vinden, geen probleem. Er is geen bewijs dat het inzetten van bekende mensen voor een voorwoord de verkoop van een boek substantieel bevordert. Doe het gewoon zelf, en geef de lezer een voorproefje van het leukste, slimste, spannendste boek dat ze ooit hebben gelezen. 

Geen hogere btw op boeken goed nieuws voor schatkist

De verhoging van de btw op boeken is definitief van tafel. Niet alleen een opsteker voor schrijvers en uitgevers, maar voor de hele Nederlandse economie. 

De Trumpiaanse mens heeft een helder beeld van de motor van de economie: hij denkt dan aan vrijheid voor ondernemers om te produceren wat ze willen, zonder bemoeizuchtige overheden, vakbonden of milieuregels. Voor onze welvaart zijn we in zijn ogen afhankelijk van mensen als Elon Musk in zijn meest libertarische bui: gefocust op technologische productie en marktwerking, wars van enige regulering. Een begrijpelijke redenering, maar er zit een kleine maar belangrijke weeffout in. Natuurlijk is ondernemerschap belangrijk, maar het is creativiteit dat de sleutel vormt voor economische welvaart. 

Dit oorzakelijke verband is overtuigend aangetoond door de Amerikaanse socioloog Richard Florida in zijn baanbrekende boek The rise of the creative class in 2002. Steden en landen die ruimte geven aan creatievelingen – of het nu kunstenaars, programmeurs of ondernemers zijn – stimuleren direct en indirect de vooruitgang. Vrijheid van expressie, kunst en identiteit is niet alleen een moreel of sociaal goed, maar ook een directe motor voor economische groei en concurrentievermogen. Tolerantie blijkt daarmee geen bijzaak, maar een motor voor welvaart. Florida is ook de bedenker van de Gay-index: als je wilt weten hoe welvarend een land is, moet je niet kijken naar het aantal fabrieken of kantoren, maar naar het aantal LHBTIQ+’ers dat er vrij kan leven. Want steden en landen met vrijheid voor mensen met een alternatieve levensstijl zijn ook aantrekkelijk voor creatievelingen.

Schrijvers en hun boeken spelen een cruciale rol in het stimuleren en delen van creativiteit. Boeken zijn kunstmest voor de geest, zowel die van de schrijver als die van de lezer. Als je de prijs van die kunstmest verhoogt, benadeel je niet alleen de schrijver en de lezer, maar de hele Nederlandse economie. Nu het kabinet heeft besloten dat de beoogde verhoging van de btw niet doorgaat, betekent dat op termijn dus hogere belastinginkomsten. En ik kan weer even rustiger ademhalen. Al merk ik aan mezelf dat mijn ademhaling door alle (geo)politieke ontwikkelingen vooralsnog wat hoger blijft dat gebruikelijk. 

Jouw boek is uniek (maar weet de lezer dat wel?)

Elke lezer is op zoek naar een uniek verhaal. Jij hebt een uniek verhaal, dus wat kan er misgaan? Best veel, tenzij je jouw boodschap prominent in je boek verwerkt.

Stel je voor, je verkoopt gebruikte spijkerbroeken en je opent een winkel in de hoofdstraat van een grote stad. Wat presenteer je dan in de etalage? Prachtige spijkerbroeken natuurlijk! Nee, natuurlijk niet. Als je net als elke concurrent gewoon spijkerbroeken in de etalage hangt, zul je maar weinig mensen aanspreken die tot jouw unieke doelgroep behoren. Je zult op de tien vierkante meter die je tot je beschikking hebt de potentiële klant recht in zijn consumentenhart moeten raken. En de mensen die niet tot je doelgroep behoren, mogen geërgerd hun blik afwenden. 

Hoe ik het zou aanpakken? Ik zou drie wasmachines in de etalage zetten waarin voorbijgangers de spijkerbroeken zien draaien die vandaag nog van hen kan zijn: ‘Gisteren van Bram, vandaag voor jou: brandschone Levi’s voor slechts € 49,95.’ En het moet niet bij de etalage blijven. De klant die de winkel binnenloopt, met verkopers spreekt of broeken past, moet steeds dezelfde boodschap krijgen: wij verkopen gebruikte spijkerbroeken, dat is goedkoper en beter voor het milieu. 

Maar hoe doe je dat in een boek? Het slechte nieuws is dat het niet makkelijk is, want een originele boodschap verpakken in een boek vergt veel creativiteit. Het goede nieuws is dat een boek veel plekken biedt voor het tonen van jouw unieke boodschap. Als je die allemaal benut, vergroot je je kans op nieuwsgierige lezers aanzienlijk. 

Ontdek je plekje

De eerste en belangrijkste plek voor je boodschap is de titel. Als alles meezit, lukt het om in die titel precies te vertellen waar je boek over gaat, en dan ook nog eens op een opvallende manier. Dat valt natuurlijk niet mee, maar gelukkig heb je ook nog de ondertitel. Met de combinatie van titel en ondertitel moet het lukken om duidelijk te maken dat jouw boek geen dertien-in-een-dozijn-boek is. De derde plek voor je boodschap is het omslagbeeld. Probeer ervoor te zorgen dat er een cover wordt gekozen die jouw unieke boodschap perfect verbeeldt. Ook dat is natuurlijk ontzettend moeilijk, maar goede illustratoren en vormgevers zijn tot meer in staat dan je denkt. De vierde plek voor je boodschap is de flaptekst. In niet meer dan honderdvijftig woorden moet je uitleggen wat er bijzonder is aan je boek. Dat is meer dan genoeg ruimte, maar veel auteurs verspillen die ruimte aan nietszeggende reclamepraat. De vijfde plek voor je boodschap bestaat uit de eerste teksten die je in een preview deelt. Veruit de meeste boeken worden tegenwoordig online gekocht en veel lezers bladeren eerst door de preview om een indruk te krijgen van de inhoud en de vorm van het boek. Als ze geïnteresseerd zijn door de informatie op de omslag, kunnen ze alsnog afhaken als ze in een voorwoord of een inleiding terechtkomen in een slaapverwekkend betoog. 

Rode knop

Als auteur werk je samen met anderen, of je je boek nou zelf uitgeeft of samenwerkt met een uitgeverij. Het is niettemin aan jou als auteur om ervoor te zorgen dat iedereen probeert om deze vijf plekken optimaal te benutten. Jij bent de chef van het restaurant, en als de leveranciers, de vormgever van het menu of de obers niet communiceren wat jij hebt bedacht, dan moet je keihard op de grote rode knop slaan. 

Wat moet je doen als je manuscript is afgewezen?

Geef niet op als je manuscript wordt afgewezen. Blijf werken aan je boek tot het (nog) beter is en ga op zoek naar die ene uitgeverij die inziet dat ze goud in handen hebben. 

Een keer in de week neem ik de tijd om te reageren op de manuscripten die wij als uitgeverij hebben ontvangen. Ik reageer altijd beknopt en neutraal, en niet alleen omdat ik niet genoeg tijd heb om uitgebreid te reageren op alle voorstellen en manuscripten. Ik ben ook terughoudend omdat niet alle auteurs een eerlijke reactie op prijs stellen. Sommigen reageren bijvoorbeeld verbolgen als ik uitleg dat er al heel veel boeken over hetzelfde onderwerp zijn geschreven en dat ik daarom te weinig commerciële mogelijkheden zie. Niet waar, antwoorden ze dan. Ik snap het wel, ze zitten niet te wachten op een kerel die boven het wiegje van hun kindje komt hangen en meldt dat het niets bijzonders is.  

Wat moet je doen als je idee of manuscript door een uitgeverij is afgewezen? Dit is wat ik zou doen als ik auteur was.

Organiseer kritiek

Ten eerste zou ik geen genoegen nemen met de vriendelijke maar nietszeggende reactie van een uitgever of een redacteur: ‘Uw manuscript past niet in ons fonds’. Zelfs als het waar is, heb je daar geen bal aan. Ik zou erachter proberen te komen wat de zwakke kanten van mijn manuscript zijn: is het onderwerp uitgemolken? Is de invalshoek niet actueel of origineel genoeg? Is het slecht geschreven? Ben ik als auteur geen geloofwaardige of kansrijke ambassadeur van mijn eigen boek? Als ik dit soort kritiek niet van een uitgeverij zou kunnen krijgen, dan zou ik iemand inhuren om die kritiek alsnog te bemachtigen. 

Doe wat met de kritiek

Ten tweede zou ik wat met de kritiek doen. Een betere invalshoek kiezen, meer research doen, beter leren schrijven: als je de ambitie hebt om een boek te publiceren, dan geef je natuurlijk niet op na een eerste mislukte poging. Bedenk dat de meeste muzikanten jarenlang hebben geoefend om goed te worden in hun vak, dus het is heel normaal om niet na een half manuscript al een volleerd schrijver te zijn. Ga meer schrijven en lezen, volg cursussen en laat je helpen door professionals.

Blijf leuren

Ten derde: als je zeker weet dat er weinig tot niets meer aan je manuscript verbeterd kan worden, dan zou ik doorgaan met het benaderen van uitgeverijen. Er zijn meer dan vierduizend uitgeverijen in Nederland, waaronder honderden professionale partijen, en in elk genre tientallen die mogelijk geïnteresseerd zijn. Geef niet zomaar op. Sommige auteurs hebben jarenlang met een manuscript geleurd voordat ze een uitgever vonden die inzag dat hij goud in handen had. Geen uitgever was geïnteresseerd in Hoe haal ik mijn tentamens, 30 tips, het eerste boek van Rutger Bregman. En toen hij uiteindelijk een uitgever vond, werd het een fiasco. Zijn boek De meeste mensen deugen werd een hit. Hetzelfde overkwam Brené Brown, nu bekend van onder andere De kracht van kwetsbaarheid. Het lukte haar niet om haar eerste boek I Thought It was Just Me gepubliceerd te krijgen, daarom deed ze het maar zelf. Haar doorbraak kwam pas na haar TED-talk The Power of Vulnerability die een van de meest bekeken TED-talks werd. Dit leidde tot de publicatie en het wereldwijde succes van haar boeken.

Geef het zelf uit

Lukt het niet? Overweeg dan serieus om je boek zelf uit te geven. Dat kan veel tijd en geld kosten als je het goed wilt doen, omdat je nu eenmaal moet betalen voor de redactie, de vormgeving, het drukwerk en de promotie, maar je zou niet de eerste zijn die succesvol is met een zelf uitgegeven boek. Neem Michael Pilarczyk, die van zijn boek Master your mindset een groot succes maakte. Er zijn naar eigen zeggen al meer dan 350.000 exemplaren van dit boek verkocht. Een grote internationale uitgever gaat het nu vertalen en uitgeven in het Engels. 

Dus slik je teleurstelling snel weg als je een afwijzing hebt ontvangen en geef niet zomaar op. Sleutel aan je manuscript tot het nóg beter is en stuur het naar de volgende uitgever. 

In welk hoofdstuk staat het toilet in jouw boek?

Schrijf je boek niet als een hamsteraar maar als een architect. Een aantrekkelijk boek is even logisch ingericht als een huis.

Worstel je met de structuur van je non-fictieboek? Ziet de inhoudsopgave eruit als de schuur in mijn tuin: volgepropt met gereedschap, fietsen, speelgoed en tuinmeubels? Waarschijnlijk ben je heel druk geweest met het verzamelen van informatie, maar nog niet met structureren. Hoe doe je dat? Probeer je boek in te richten als een huis. 

Veel huizen zijn hetzelfde ingericht; met een hal, een woonkamer, een keuken, een badkamer, slaapkamers en een garage. Als ik je nu vraag om de volgende objecten te verdelen over die ruimtes, kost dat je weinig moeite: gasfornuis, bed, douche, auto en kapstok. Zie je wel, dat was makkelijk, omdat het doel van elke ruimte in je huis duidelijk is. Iedereen weet hoe je de kamers in een huis inricht en gebruikt. Zo helder moet de structuur van je boek ook zijn.

Een voorbeeld. Je schrijft een boek over het gevaar van slecht rekenonderwijs. In het voorwoord vertel je waarom je dit onderwerp belangrijk vindt. In de inleiding geef je een korte schets van de dalende rekenvaardigheid en de gevolgen daarvan.

In het eerste hoofdstuk beschrijf je de staat van het rekenonderwijs: hoe slecht wordt er gerekend en hoe verhoudt Nederland zich tot andere landen? In het tweede hoofdstuk leg je uit waarom moderne rekenmethodes, zoals realistisch rekenen, averechts werken. In het derde hoofdstuk toon je aan dat rekenproblemen niet vanzelf verdwijnen, maar zich opstapelen in verdere studie en werk.

Daarna volgen de bredere gevolgen. In hoofdstuk vier en vijf laat je zien hoe rekenzwakte leidt tot economische en maatschappelijke problemen: minder goed opgeleide werknemers, financiële ongeletterdheid en een samenleving die makkelijker misleid wordt. In hoofdstuk zes zoek je uit hoe het zo ver heeft kunnen komen, van beleidsfouten tot zwakke lesmethodes. 

In de laatste hoofdstukken bied je oplossingen. In hoofdstuk zeven beschrijf je hoe het rekenonderwijs weer kan verbeteren, met sterkere didactiek en een herwaardering van basisvaardigheden. In de conclusie benadruk je waarom we nu actie moeten ondernemen – voordat de schade niet meer te herstellen is.

Dit boek heeft hoofdstukken die even helder afgebakend zijn als de kamers in je huis. Denk dus niet als een hamsteraar als je boek indeelt, maar als een architect. Als je weet welke ruimtes waarvoor nodig zijn, is het niet moeilijk meer om alle informatie te verdelen, en om hiaten en overlap te voorkomen. Hoort die wc in de huiskamer of in het toilet? Toilet. Zet je de eettafel in de slaapkamer of in de keuken? Keuken. Schrijf je je boek in de gang of op de werkkamer op zolder? Werkkamer. 

Pas op voor infodumping in je boek

Een boek is natuurlijk bedoeld om veel informatie te delen, maar je kunt ook overdrijven. Zorg dat je informatie deelt, niet dumpt. 

Er zijn auteurs die hun kennis zo graag willen delen, dat ze te veel informatie over de schutting gooien bij de lezer. Ze doen aan infodumping. Deze term stamt uit de tweede helft van de vorige eeuw toen sciencefiction- en fantasyverhalen steeds complexer werden. Schrijvers probeerden de achtergrond van hele werelden te beschrijven, met informatie over de taal, de cultuur en de wetenschap van denkbeeldige volken. De Amerikaanse schrijver Isaac Asimov stond bijvoorbeeld bekend om infodumping. Hij liet zijn personages uitgebreid praten over wetenschappelijke en filosofische concepten. Zijn fans vonden het waarschijnlijk geweldig, maar critici ergerden zich groen en geel aan deze gedetailleerde verhandelingen. 

Ik kom het regelmatig tegen, infodumping. Je belandt in hoofdstuk drie in een uitleg over de maatschappelijke gevolgen van bezuinigingen op de zorg, en voor je het weet ben je twintig pagina’s verder en is het betoog helemaal ontspoort. Nog een argument, nog een feit, nog een case. De auteur bekogelt je met van die harde, ijzige sneeuwballen en je weet niet waar je kunt schuilen. Je bent de draad kwijt en de enige oplossing die je nog kunt bedenken, is het boek dichtslaan. 

Als slachtoffer zou je kunnen denken dat infodumping een actie is van een auteur die niet geïnteresseerd is in zijn lezers en louter bezig is met het bevredigen van zijn ego. Niets is minder waar. De auteur doet juist zijn stinkende best om het zijn lezers naar de zin te maken. 

Niet voor niets is de term infodumping ook buiten de literaire wereld gemeengoed geworden. Mensen met een stoornis in het autistische spectrum hebben de neiging om gedetailleerde en grote hoeveelheden informatie over een onderwerp te delen, dat wordt inmiddels ook infodumping genoemd. Dat doen ze echter alleen als ze zich vertrouwd voelen met een gesprekspartner. Infodumping is voor hen een manier om verbinding te maken en hun passie te delen. Ik zie bij auteurs dezelfde motivatie: ook zij dumpen informatie omdat ze zoveel om hun lezers geven. Die waardering is helaas zelden wederzijds. Lezers ergeren zich aan infodumping. 

Hoe weet je wanneer het teveel is? Wanneer moet je een alinea, een paragraaf of een hoofdstuk afsluiten en verdergaan met een nieuw onderwerp? Er is natuurlijk geen formule waarmee je dit kunt berekenen. Vraag jezelf tijdens het schrijven steeds af of bepaalde takken van je boomstructuur niet topzwaar zijn geworden. Een andere manier is om tijdig enkele hoofdstukken te laten beoordelen door kritische lezers en hen te vragen om op infodumping te letten. Wanneer begonnen ze met hun ogen te rollen? Wanneer vielen ze in slaap? Met deze informatie kun je je manuscript vervolgens uitbenen. Kill your darlings. 

Vijf schrijfoefeningen voor creatieve auteurs

Bereid je voor op het schrijven van je eigen non-fictieboek met vijf praktische schrijfoefeningen. 

De Franse schrijver Raymond Queneau schreef in zijn boek Exercises de style uit 1947 een eenvoudige scène – een ontmoeting in een tram – op 99 verschillende manieren, elk in een andere stijl. Queneau deed dit niet alleen om te laten zien hoe een gebeurtenis van karakter verandert door een andere stijl of een ander perspectief, maar ook om zichzelf uit te dagen. Queneau was ook een wiskundige en was zich er als geen ander van bewust dat je met taal een oneindig aantal combinaties kunt maken. Hij dwong zichzelf om de perfecte combinatie te vinden, en dat vereist nu eenmaal dat je veel moet experimenteren.

Wil je jezelf ook uitdagen en een betere schrijver worden? Gebruik dan de volgende vijf schrijfoeningen, speciaal gericht op het schrijven van non-fictie. 

Oefening 1: de journalistieke uitdaging
Dwing jezelf met deze journalistieke oefening om een stelling te onderbouwen met concrete feiten. Schrijf je een boek over omgaan met psychopaten en wil je de lezer ervan overtuigen dat je kunt voorkomen dat je in hun greep komt? Beantwoord dan de vijf W’s met harde, onbetwistbare feiten: wie spelen hierbij een rol? Wat gebeurt er? Waar gebeurt het? Waarom gebeurt het? Wanneer gebeurt het? Het lijkt een makkelijke opgave, maar als je streng bent voor jezelf, zul je zien dat deze vragen helemaal niet zo makkelijk zijn te beantwoorden. Neem natuurlijk geen genoegen met een droge opsomming en maak er een aantrekkelijk verhaal van. 

Oefening 2: de jargonstripper
Ga online of in je boekenkast op zoek naar een volstrekt onleesbaar stuk tekst, en herschrijf het zonder vakjargon of ingewikkelde woorden. Hak, knip en schaaf tot je van een ondoordringbaar oerwoud een keurige Engelse tuin hebt gemaakt. Een wandelpad, een rozenperk en een bank om van het uitzicht te genieten. 

Oefening 3: de advocaat van de duivel
Verplaats je in je ex en schrijf een venijdige recensie van maximaal vijfhonderd woorden over je huidige manuscript. Wat is er mis met dat gammele betoog, die uitgemolken voorbeelden en al die taalfouten? 

Oefening 4: de Queneau-queeste
Pak een willekeurige paragraaf uit je manuscript en schrijf een volkomen nieuwe variant. Gebruik bijvoorbeeld andere argumenten, feiten en voorbeeldenen schrijf een tekst die veel overtuigender en aantrekkelijker is. Tevreden? Trek dat vel uit de typemachine en begin opnieuw.

Oefening 5: om te huilen
Pak opnieuw een willekeurige paragraaf uit je manuscript en dwing jezelf om de tekst te herschrijven, maar nu met meer emotie. Maak twee varianten: één waarbij er wat te lachen valt en één waarbij er wat te huilen valt. 

Een tekst herschrijven kost veel tijd en energie, zeker als je erg verknocht bent aan de originele versie. Maar als je je voorkeuren kunt loslaten, kill you darlings, zul je merken dat het altijd lukt om een nieuwe versie te schrijven, die vaak nog veel beter is.