Skip to main content

Auteur: Debbie Brok

Zeven misverstanden over boeken

Boeken bestaan al eeuwenlang, dus je zou denken dat ze geen geheimen meer kennen. In de praktijk hoor ik niettemin regelmatig stellingen over boeken waar ik het helemaal niet mee eens ben. Dit zijn mijn favorieten.

  1. Een hoofdstuk begint altijd links

Auteurs reageren soms verbaasd als ze de opgemaakte versie van hun boek voor het eerst zien: dat klopt toch niet? Ze hadden verwacht dat elk hoofdstuk standaard links, of rechts zou beginnen.

Het is mij een raadsel waar deze mythe vandaan komt, maar pas als ze hun boekenkast hebben bestudeerd, beseffen ze dat er echt geen geschreven of ongeschreven regel is voor het begin van een hoofdstuk.

  1. Woorden in de titel beginnen met een hoofdletter

In dezelfde categorie valt de overtuiging dat woorden in de titel van een boek allemaal met een hoofdletter beginnen. Dat is alleen gebruikelijk in Engelstalige landen. In Nederland doen wij dat niet, al kunnen sommige mensen het niet geloven tot ze het met eigen ogen hebben gezien.

  1. Hoofdstukken en paragrafen moeten worden genummerd

Soms herinner ik me een tekst uit een boek, en dan ben ik ervan overtuigd dat deze tekst ergens rechtsboven stond. Als ik het dan opzoek, blijkt natuurlijk dat de tekst linksonder stond. Zo zijn auteurs er vaak van overtuigd dat hoofdstukken en paragrafen in non-fictieboeken moeten worden genummerd, ‘zo hoort dat’. Maar er zijn wat dit betreft geen regels, en het is niet eens gebruikelijk. Het mag, maar het moet niet.

  1. Een boek zonder noten en literatuurlijst kun je niet serieus nemen

Er is veel te zeggen voor het opnemen van noten en een literatuurlijst: je biedt verdieping en je lezer kan bovendien controleren wat je hebt geschreven. Maar in de huidige vorm is de stelling een drogreden: er zijn ook heel goede non-fictieboeken over willekeurige onderwerpen als geschiedenis, management of biologie zonder noten of een literatuurlijst, en er zijn heel slechte boeken met noten of een literatuurlijst.

  1. Tussen elke alinea hoort een witregel

Omdat we de hele dag online teksten lezen, zijn we gaan denken dat er tussen alinea’s altijd een witregel hoort te staan. In werkelijkheid is die witregel alleen online gebruikelijk, omdat de bedenkers van html deze nu eenmaal hebben geïntroduceerd. In boeken is het helemaal niet gebruikelijk, al kost het ons binnen de uitgeverij soms enige moeite om auteurs daarvan te overtuigen.

  1. De prijs van een boek wordt bepaald door de omvang

De juiste prijs van een boek bepaal je volgens mij het beste met nattevingerwerk. Je houdt namelijk niet alleen rekening met het aantal pagina’s van een boek, maar met veel meer factoren. Is het een groot of een klein boek? Een serieus of een luchtig boek? Een boek voor een breed publiek of een nichepubliek? Een paperback of een hardcover boek? Kleur of zwart-wit? Als uitgever kies ik in overleg met een auteur daarom voor een prijs die rekening houdt met al deze factoren en ‘goed voelt’.

  1. De auteur is belangrijker dan het boek

Deze stelling is even moeilijk (of makkelijk) verdedigbaar als de stelling dat het boek belangrijker is dan de auteur. Ze zijn allebei belangrijk, en ze vormen samen met een groot aantal andere factoren de succesfactoren van een boek. Het is vooraf (en zelfs achteraf) moeilijk om alle succesfactoren te wegen: de bekendheid van de auteur, de kwaliteit van het boek, de aantrekkelijkheid van de titel en de cover, de prijs van het boek, het moment van publicatie; ik houd me aanbevolen voor de formule waarmee ik het succes van een boek vooraf met wiskundige precisie kan bepalen.

Een boek kan niet zonder blog

Het is zonde om een prachtig boek te schrijven en vervolgens niets meer van je te laten horen. Regelmatig bloggen kost veel tijd en moeite, maar het levert veel op. Doe wat muzikanten doen en zorg dat je in beeld blijft.

Veel auteurs zijn een one hit wonder. Ze schrijven een boek en laten na de publicatie niets meer van zich horen. Ze publiceren geen artikelen in vakbladen, geen blogs op LinkedIn, geen brieven in de krant, geen tweets op Twitter; het wordt stil. En dat is prima: net als de hits van onzichtbare zangers en bands kan een boek zijn weg vinden zonder enige hulp. Maar de kans is klein. Doe daarom wat muzikanten doen, en benut alle kansen om jezelf en je boek op de kaart te zetten.

Suzan & Freek

Neem Suzan & Freek. Dit duo is wereldberoemd geworden in Nederland met licht verteerbare Nederlandse liedjes. Die bekendheid hebben ze niet alleen te danken aan hun kwaliteiten als zangers, maar ook aan hun inzet om gezien en gehoord te worden.

Voordat ze bekend waren, plaatsten ze jarenlang covers van liedjes op Facebook. En ook na hun eerste successen zijn ze online liedjes, en persoonlijk en muzikaal nieuws blijven delen via sociale media. Met de gelegenheidsformatie The Streamers gaven ze tijdens de coronapandemie bijvoorbeeld gratis livestream-concerten.

Influencer tegen wil en dank

Muzikanten, kunstenaars, politici, sporters: wie niet vergeten wil worden, zorgt ervoor dat hij online zichtbaar is. De kunst is om daarvoor een medium te kiezen dat bij je past. Voor een auteur van non-fictieboeken ligt het schrijven van blogs, bijvoorbeeld via LinkedIn, voor de hand. Door regelmatig te schrijven over de onderwerpen uit je boek, wat waarschijnlijk ook de onderwerpen zijn waarmee je je dagelijks bezighoudt, kun je de belangstelling van potentiële lezers wekken. Maar bloggen heeft nog twee belangrijke voordelen. Via blogs kun je mensen die je boek al hebben gelezen op de hoogte houden van actuele ontwikkelingen en nieuwe ideeën. En daarmee dwing je jezelf ook om op de hoogte te blijven.

Door regelmatig te bloggen zet je jezelf op de kaart. Afhankelijk van het onderwerp en de kwaliteit van je blogs zal het korter of langer duren voordat je op de kaart staat, maar het is volgens mij onmogelijk om niet zichtbaar te worden als je stug volhoudt. Zeker als je een niche bedient met weinig concurrenten, word je influencer tegen wil en dank.

Webinar over bloggen

In januari geef ik opnieuw een reeks webinars over het schrijven van blogs, speciaal voor auteurs. Het eerste webinar gaat over het bedenken van ideeën. Het tweede webinar gaat over het schrijven van aantrekkelijke blogs. Het derde webinar gaat over het toevoegen van illustraties, dit laatste webinar wordt gegeven door mijn collega’s Debbie en Jessica, die als vormgevers veel ervaring hebben met blogs.

Wil je meedoen? Meld je dan hier aan. Vergeet vooral niet om vragen over bloggen in te sturen, ik probeer ze allemaal te beantwoorden.

Wat verdient een boekwinkel aan je boek?

Natuurlijk krijgen boekwinkels korting als zij jouw boek bij een uitgeverij kopen. Maar hoeveel bedraagt die korting eigenlijk? En is dat veel of weinig?

De dag dat ik een nieuwe auteur vertel hoeveel hij overhoudt aan de verkoop van een boek is voor altijd een zwarte bladzijde in zijn schrijverscarrière. Het is de dag dat de schrijver beseft dat je vooral schrijft voor de eer, niet voor het geld – als je het voor het geld doet kun je beter vakken gaan vullen in de supermarkt. Het grootste deel van de verkoopprijs van een boek gaat namelijk niet naar de auteur, en evenmin naar de uitgeverij. Hoe zit het precies?

Reken even mee. Van een boek van 20 euro gaat bij een traditionele uitgeverij grofweg 9 procent aan btw naar de belastingdienst, 45 procent korting naar de boekhandel, 10 procent aan kosten naar het Centraal Boekhuis en 10 procent als royalty naar de auteur. Vervolgens moeten de drukker, de vormgever en de corrector nog worden betaald. Wat er overblijft, is voor de uitgeverij die daar zijn vaste en variabele lasten van moet betalen. Als er wat overblijft.

De grootste kostenpost is dus de korting voor de boekhandel. De standaardkorting voor de boekhandel is 42 procent. De korting voor nieuwe titels is met 40 procent wat lager, maar daar staat tegenover dat de boekhandel nieuwe exemplaren terug mag sturen als ze niet goed verkopen. In de praktijk is de boekhandelskorting echter hoger. De grotere online boekwinkels en de grotere boekhandels(ketens) verwachten en krijgen 44 tot 50 procent korting. Veruit de meeste boeken die wij als uitgeverij van managementboeken verkopen, worden verkocht met 45 procent korting. Is dat veel of weinig?

Als uitgever vind ik het veel, om de eenvoudige reden dat onze marges klein zijn en de risico’s groot. Maar ik besef ook dat hetzelfde geldt voor de boekhandel. Een stenen boekhandel heeft al vlug voor tonnen tot vele miljoenen aan boeken in voorraad en betaalt een vermogen aan huisvesting, personeelskosten en andere lasten. En ook voor een boekwinkel zijn de risico’s groot: niet alle boeken worden verkocht en vele moeten worden afgeschreven als ze niet retour gestuurd kunnen worden. En dan heb ik het nog niet over het financiële leed dat de pandemie de afgelopen jaren heeft veroorzaakt.

Op het eerste gezicht zijn de marges voor online boekwinkels aantrekkelijker (en de risico’s kleiner), maar de tijd dat webshops slapend rijk werden, ligt ver achter ons. Ook zij hebben tegenwoordig hoge lasten, en moeten bijvoorbeeld grof investeren in marketing.

Of je de inkoopkortingen te hoog of te laag vindt, zal afhangen van je perspectief. Veel partijen hebben het moeilijk, zowel uitgeverijen als de fysieke boekhandel, maar vooralsnog functioneert de boekenmarkt, dus helemaal fout kunnen de kortingen niet zijn. Dat is in mijn ogen niet in de laatste plaats te danken aan de vaste boekenprijs. Als deze wordt geschrapt, zal Nederland mogelijk andere landen en markten achterna gaan waar de grootste marktpartijen dankbaar het evangelie van de vrije markt naar de letter volgen, de verkoopprijzen verlagen, nog hogere inkoopkortingen bedingen en zo ongewild de markt uitwringen. Dat is goed voor de aandelenhandel, maar niet voor de boekhandel.

Het papier is op

Het is maar goed dat deze tekst online verschijnt, want op papier was het misschien niet gelukt. Het papier is op. Uitgeverijen vechten om de laatste snippers.

Door een wonderlijke samenloop van omstandigheden is er wereldwijd een enorm tekort aan papier. Ik moet tijdens zo’n onverwachte crisis altijd denken aan wiskundige Edward Lorenz die in de jaren vijftig aantoonde dat schijnbaar voorspelbare processen toch instabiel kunnen worden. Volgens zijn chaostheorie kan een vlinder aan de ene kant van de wereld een storm veroorzaken aan de andere kant. Zo is het nu ook gegaan met het papiertekort: iedereen deed zijn best om voldoende papier te maken, maar toch mislukte het. Ineens stormt het in papierland.

Boeken laten drukken is spannender dan ooit. Eerst moet je erin slagen om papier te reserveren. Daarna moet je afwachten of het juiste papier op het afgesproken moment wordt geleverd. En vervolgens moet je hopen dat je de rekening kunt betalen, want de prijs van papier is de afgelopen periode geëxplodeerd. Het drukwerk van boeken is 20 tot 60 procent gestegen. Hoe is het zover gekomen?

De perfecte storm

De perfecte storm in papierland heeft verschillende oorzaken. Een greep: er gaat meer papier uit traditionele papierproducerende landen naar groeimarkten, in houtland Finland werd veel gestaakt, de pandemie verlamde de productie en het vervoer, er is meer papierpulp nodig voor het karton van webwinkelverpakkingen, energie wordt duurder, in Oekraïne zijn papierproducenten gestopt en van Russische producenten wordt weinig meer afgenomen.

Je kunt het als lezer niet zien, maar uitgevers nemen nu al maatregelen. Zo maken we nieuwe boeken duurder. En als de markt niet afkoelt, zullen ook bestaande boeken duurder moeten worden. Onze vormgevers vragen we vriendelijk of ze nieuwe boeken wat zuiniger kunnen opmaken: als we een half katern minder papier nodig hebben voor een aantal boeken, betekent dat er papier overblijft voor een extra boek. Kun je er als lezer ook iets aan doen? Zeker, probeer eens een e-book. Persoonlijk lees ik alleen nog digitale boeken; niet alleen omdat het papier bespaart, maar ook omdat het beter is voor het milieu.

Geen idee voor een blog? Recycle een oude tekst

Blog je niet omdat je geen idee hebt waarover je moet bloggen? Er is een simpele oplossing: haal een oude tekst van de plank. Er is niemand die het opvalt.

Is het moeilijk om elke week een nieuw onderwerp voor een blog of een column te bedenken? Misschien, maar misschien is het ook niet nodig. Ik ken meerdere auteurs die regelmatig een oude column of blog publiceren, en er is niemand die het opvalt. Sterker nog: ze krijgen van hun volgers regelmatig complimenten voor hun actuele boodschappen, terwijl deze eerder in vrijwel ongewijzigde vorm waren verschenen.

Ik ken een auteur die even geen tijd en inspiratie had en daarom begon met het herpubliceren van oude columns. Hij heeft er inmiddels al meer dan honderd opnieuw gepubliceerd, en het is niemand van zijn lezers opgevallen. Hij bedenkt een nieuwe kop en schrijft een nieuwe inleiding, past de tekst eventueel aan op de actualiteit en voila, een nieuwe tekst. Soms is de nieuwe variant zelfs succesvoller dan de oude.

Is het moreel acceptabel?

Nee, eigenlijk is het niet kies om oude teksten als nieuw te verkopen. Maar er zijn volgens mij twee verzachtende omstandigheden. De eerste reden is dat tweets, blogs, columns en andere teksten op sociale media notoir slecht worden gelezen. Als je bijvoorbeeld een bijdrage schrijft voor LinkedIn, wordt deze misschien maar door tien procent van de mensen in je netwerk gelezen. Of vijf. Of zelfs nog minder. De tweede verzachtende omstandigheid is dat het veel mensen niet eens zal opvallen dat ze een bekende tekst lezen. Mensen zijn vergeetachtig.

Waar vind je oude juweeltjes?

Waarschijnlijk heb je in de loop van je carrière al honderden, zo niet duizenden teksten geschreven: columns, rapporten, white papers, artikelen. Tussen al die teksten zitten ongetwijfeld juweeltjes die je zo kunt hergebruiken. De ene keer kun je een alinea hergebruiken, de andere keer de volledige tekst.

Als je al een boek hebt geschreven, heb je geluk. Waarschijnlijk bevat je boek een groot aantal paragrafen die je vrijwel ongewijzigd kunt gebruiken. Bedenk een actuele aanleiding voor de publicatie of voeg een case toe, en je nieuwe blog is klaar.

Je zult zien, als het een goed verhaal was, dan zal het nu nog even populair zijn. Wat dat betreft is het net als met liedjes: als het aantrekkelijk is, kun je het niet vaak genoeg horen. 

Dit is geen column

Dit is geen column, maar een artikel over de column. Hoe je er een schrijft en, hoe je kunt voorkomen dat je er een schrijft.

De column onderscheidt zich van andere korte teksten doordat de schrijver er zijn mening in geeft. Deze vorm is populairder dan ooit. Niet alleen online regent het columnachtige teksten waarin burgers geëmotioneerd hun mening ventileren, maar ook de reguliere media lusten er wel pap van. Zelfs de kwaliteitskranten bestaan inmiddels voor een groot deel uit de meningen van deskundigen, bekende Nederlanders, cabaretiers en zelfs journalisten. En sinds het coronavirus rondwaart, is het hek van de dam: iedereen moet zijn ei kwijt.

Heb jij ook een mening? Mooi, dan mag je meedoen. Zo pak je dat aan.

Om te beginnen moet je jezelf afvragen of je een unieke mening hebt, bij voorkeur een waarmee niet iedereen het eens is. In het ideale geval wek je met een column emoties op bij de lezer: maak hem boos, blij of nieuwsgierig. Als je slechts wilt melden dat managers beter moeten communiceren met hun medewerkers, dan raad ik je aan om de kostbare tijd van de lezer niet te verpesten. Hij moet de hond nog uitlaten, boodschappen doen en de zolder opruimen, dus jouw column is een verspilling van tijd. Vind je dat de functie manager moet worden afgeschaft, dan kun je vast rekenen op enige belangstelling.

Een goede column is persoonlijk. Meld niet de resultaten van een grootschalige enquête onder consultants, maar meld wat jij er als consultant van vindt. N=1. Het staat je vrij om je tekst aan te kleden met interessante feiten en andermans ideeën, maar de basis moet jouw persoonlijke verhaal zijn. Je kunt het persoonlijke karakter van je column versterken door bijvoorbeeld een persoonlijke ervaring te beschrijven die symbolisch is voor je stelling.

Tenslotte is het belangrijk dat je aandacht besteedt aan de stijl van je column. Je mening kan nog zo controversieel of belangrijk zijn, maar als je deze niet aantrekkelijk opschrijft, haken lezers af voordat je je punt hebt gemaakt. Vergeet dus niet om in je enthousiasme aandacht te besteden aan de structuur en de stijl van je column. Elk woord telt.

Een beetje blogger gooit zo nu en dan zijn eigen ruiten in

Wil je als auteur een blog schrijven maar heb je niets nieuws te vertellen? Dan maak je toch nieuws.

Als student journalistiek leerde ik dat een gebrek aan nieuws geen excuus is om niets te schrijven. Dan gooi je maar een ruit in, zei mijn docent zonder een spoor van ironie. We namen zijn advies heel serieus, want eerder hadden we al een journalistieke weddenschap van hem verloren. Een zaal studenten betaalde hem elk vijf gulden omdat we niet geloofden dat hij in een avond honderd ideeën voor een artikel zou kunnen verzinnen. De volgende dag moesten we dokken.

De docent legde ook uit hoe je dat doet, een ruit ingooien: je bedenkt zelf een originele vraag en schrijft vervolgens een artikel over het antwoord. Waarom zie je zo weinig ouderen in het park? Ga naar het lokale bejaardentehuis en je hoort dat ouderen bang zijn voor zakkenrollers en de drukte.

Je eigen ruiten ingooien is een formule die nog altijd even goed werkt. Hoe kun je er als auteur en blogger van profiteren? Drie trucs met een baksteen.

Oud nieuws nieuw leven inblazen

In je boek, in een oud blog of gewoon in een oud artikel in een krant kun je altijd een oud nieuwsfeit vinden dat je nieuw leven in kunt blazen. Viel het aantal octrooien in 2019 tegen? Zoek uit wat het in 2020 is, en je kunt melden dat het is gestegen of gedaald. Interessant als je de auteur bent van een boek over innovatie.

Een onbelangrijk feit opblazen

Deze aanpak is waar roddelbladen groot mee zijn geworden. ‘Het linkerbeen van Miss Montreal is vijf centimeter langer dan het rechterbeen!’ Huh? Onbelangrijk, maar bij de kapper wordt er van gesmuld. Probeer het ook eens. Nederlandse werknemer gaat het liefst met zijn auto naar het werk. Complimenten heel effectief in metaalsector. Managers vinden het moeilijk om medewerkers te ontslaan. Als je er eenmaal handigheid in hebt, heb je elke dag stof om over te bloggen.

Nieuws creëren uit het niets

Dit is de pure vorm: leven creëren waar er eerst niets was. Een big bang van nieuws. Bijzonder, maar helemaal niet moeilijk. Nieuws is namelijk niet meer dan informatie die mensen nog niet hadden. Als auteur van een boek over SEO kun je online gaan lezen en jezelf afvragen welke vragen nooit zijn gesteld. Wat zijn eigenlijk de slechtste SEO-woorden? Houden de speechschrijvers van Rutte ook rekening met SEO? En de copywriters van Google, schrijven die in SEO-stijl? Het kost misschien wat tijd en creativiteit, maar wie bereid is om nieuwsgierig te zijn, kan ‘niets’ omtoveren in een verrassend nieuwsfeit en erover bloggen.

Een goed blog draait om de lezer, niet om jou

De meeste blogs draaien om de auteur. De accountmanager beschrijft trots dat hij een nieuwe deal heeft gesloten met een nieuwe klant. De accountant geeft tips over het gebruik van zijn fantastische nieuwe salarisadministratie-app. De coach vertelt waarom zijn aanpak zo goed werkt. Het is allemaal goedbedoeld, maar als ik het in mijn timeline op LinkedIn voorbij zie komen, word ik heel verdrietig van al die reclame. Je moet lang scrollen voordat je een bijdrage leest waarin iemand zijn best doet om mij te helpen of te vermaken.

Als De Telegraaf elke dag zou openen met nieuws over de redactie (‘Redactie Binnenland heeft een nieuwe computer!’) zou het vlug opzeggingen regenen. Journalisten zijn slimmer, ze brengen het nieuws waarvan ze verwachten dat hun lezers, luisteraars en kijkers erin geïnteresseerd zijn. Een slimme blogger doet precies hetzelfde.

Als je accountmanager bent, begrijp ik dat je trots bent op die nieuwe deal, maar misschien kun je een invalshoek bedenken waardoor dat nieuws ook interessant is voor mensen die geen aandelen hebben in je bedrijf. Waardoor heb je die deal kunnen sluiten? Heb je een cursus Italiaans gedaan waardoor je die klant in zijn eigen taal kon verwelkomen? Dat is interessant voor andere verkopers. Betekent de deal dat er tien banen bijkomen op de fabriek in Enschede? Dat is interessant voor de inwoners van Enschede. Heb je de deal gekregen omdat je hebt kunnen garanderen dat de productie energieneutraal plaatsvindt? Nog interessanter, voor een nog breder publiek.

Als je eenmaal een onderwerp hebt bedacht, helpt het om even te wachten met schrijven. Staar eerst eens vijf minuten naar het plafond. Of tien. Hoe kun je het onderwerp een draai geven zodat het interessant wordt voor een ander?

Er is niets mis met een leuke selfie op Instagram waarin je als tuinman laat zien dat de tuin weer helemaal is gemaaid en gesnoeid. Maar het is geen blog. In een blog beschrijf je hoe je dat doet, rozen snoeien. Als je dat kunt uitleggen, dan zijn er plotseling vele duizenden tuinliefhebbers die geïnteresseerd kunnen zijn.

Drie blogs voor de prijs van een

Pieker je jezelf elke keer suf over een onderwerp voor een nieuw blog? Dan heb ik een handige truc om het aantal moeiteloos te vermenigvuldigen. Dat doe je door ze te delen.

Als je achter je beeldscherm kruipt en een wit scherm ziet, kun je de neiging hebben om helemaal leeg te lopen. Je bent van plan om een blog te schrijven over de nieuwe cao-onderhandelingen, en voordat je het weet heb je duizend woorden geschreven en ben je uitgebreid ingegaan op de maatschappelijke rol van vakbonden en werkgeversverenigingen en de geschiedenis van stakingen. Geen wonder dat je een week later verlegen zit om onderwerpen.

De slimme blogger deelt alles wat hij wil vertellen op in kleine hapklare brokken. Hoe kleiner hoe beter. De kunst is om een invalshoek te bedenken die de moeite waard is om te beschrijven, en het daar bij te laten. Als je schrijft over de cao-onderhandelingen in de fijnmetaal, zijn er duizend-en-een onderwerpen denkbaar. Wat zijn de financiële gevolgen voor werkgevers (of werknemers)? Wie is die handige vakbondsbestuurder die zo succesvol onderhandelde? Wat zijn de gevolgen voor het milieu voor de nieuwe reiskostenvergoeding? Wie bepaalt of de cao algemeen verbindend wordt verklaard? Was dat echt nodig, onderhandelen in een sterrenrestaurant?

Schrijf niet over de fiets, maar over de fietsbel

Als je onderwerpen deelt in kleine brokken doe je hetzelfde als de journalist die met zijn pen en aantekenboekje na een inbraak bij een winkel aankomt. Hij kan feitelijk verslag doen van de inbraak, maar hij kan ook met andere winkeliers gaan praten over de golf van inbraken die de buurt teistert. Hij kan navragen in hoeverre verzekeringsmaatschappijen altijd uitbetalen. Enzovoort. Zonder scherpe invalshoeken, zou een krant geen nieuwsbericht meer bevatten, maar alleen langdradige achtergrondverhalen.

Pak het net aan als de journalist en knip je verhaal op in delen. Schrijf niet over de fiets, maar over de fietsbel. Schrijf niet over de kwaliteit van het Nederlandse management, maar over het fenomeen dat iemand die wordt bevorderd tot manager ineens een lease-auto krijgt, een bonus en een flinke salarisverhoging. Klein is fijn.

Over bloggen en kroketten

Je zou denken dat schrijvers van boeken notoire bloggers zijn, maar niets is minder waar. Een ruime meerderheid van onze auteurs komt er niet aan toe, regelmatig artikelen schrijven voor fora, nieuwsbrieven of blogs. Doodzonde.

Als uitgever juich ik bloggen natuurlijk toe. Niets is overtuigender voor een potentiële lezer dan een aantrekkelijke tekst van de auteur van een boek. Dat smaakt naar meer, en voor je het weet heeft hij op de bestelknop gedrukt. En dat is wat we allemaal willen, toch?

Als ik er met auteurs over spreek, merk ik dat ze ook wel snappen dat bloggen werkt. Ze willen wel, maar ze kunnen niet. Te druk, zeggen ze meestal met spijt in hun stem. Toch geloof ik daar niets van. Niemand is te druk om een uur per week te bloggen, wat niet alleen lezers kan opleveren, maar bijvoorbeeld ook klanten voor je advies- of trainingspraktijk. Als je je artikel verstuurt via je eigen nieuwsbrief, je website, LinkedIn en er aandacht voor vraagt via sociale media, bereik je zo enkele duizenden mensen. Goedkoper wordt reclame niet.

Nee, ik denk dat het ergens anders aan ligt: perfectionisme. De meeste schrijvers van boeken hebben de neiging om een tekst zo perfect mogelijk te formuleren. Goede argumenten, overtuigende feiten, aantrekkelijke voorbeelden. Voor zover dat al niet in hun natuur zat, groeide die behoefte aan perfectionisme wel tijdens het schrijven van het boek.

Als je avonden, dagen, weken en zelfs maanden met veel liefde aan een boek hebt gewerkt, elk woord zorgvuldig afwegend, dan voelt het schrijven van een blog plotseling als goedkope seks. Je voelt niet de passie die je voelde tijdens het schrijven van je boek. Dat kun je toch niet maken, zo’n vluchtige tekst?

Maar dat kan dus wel. Een korte tekst in de vorm van een blog of een nieuwsbriefartikel is namelijk geen boek. Een boek, dat is een zevengangenmaaltijd met passende wijnen. Een artikel is een ongezond tussendoortje voor het stillen van de lekkere trek. Wijlen Johannes van Dam, de vermaarde Amsterdamse restaurantcriticus, sabelde middelmatige restaurants genadeloos neer, maar was tegelijkertijd gek op kroketten. Hij schreef er zelfs een boek over. En zo hoort het ook, voor elk moment is er een passend gerecht, en een passende tekst. Het ene moment een bedachtzaam boek, en het andere moment een spontaan artikel.

Dus maak je nou zo niet druk over je schrijfstijl of het bedenken van briljante argumenten, maar trakteer de lezer gewoon op een leuk of interessant artikel. Vertel wat je deze week hebt meegemaakt of beschrijf je ergernis over een domme uitspraak. Zie je blog dus als een kroket: het is niet erg als hij een beetje te vet is, zolang hij maar lekker is.